kliefje.wordpress.com

Mijn reilen & zeilen. Mijn dagelijkse beslommeringen & verwonderingen. Ik raak niet uitgeschreven.


11 reacties

Kennisschap?

Zo de afgelopen dagen nadenkend over mijn opruimactie op Facebook, mijn boze mails achter de schermen naar aanleiding van het stofopdoenwaaiende stuk over Sophie en het feit dat iemand me per e-mail me te kennen heeft gegeven geen contact meer met me te willen, kwam ik op het volgende onderwerp:

Vriendschap en “kennisschap”.

Wanneer is iemand je vriend en wanneer noem je iemand een kennis?

Dit zegt Van Dale:

Ken·nis: (de; m,v; meervoud: kennissen) iemand die je kent; bekende.

Vriend: (de; m,v; meervoud: vrienden) persoon waarmee je door gevoelens van genegenheid bent verbonden.

Persoonlijk vind ik de definitie van vriend een zeer matige. Ik ben met heel veel mensen verbonden, voel heel veel genegenheid voor legio mensen. Ik vind de mevrouw van de bakker een heel zorgzaam en attent mens. Ik heb diverse patiënten die ik erg aardig vind en met wie ik in de loop der jaren een warme band heb opgebouwd. Om wie ik me zorgen maak als het niet goed gaat, om wie ik kan huilen als ze overlijden. Ik vind mijn onderbuurvrouw een schat van een vrouw. Ergo: ik voel genegenheid voor alle bovenstaande mensen. Maar no way dat ik ze tot mijn vrienden reken.

De definitie van kennis is ook redelijk vaag. Iemand die je kent. Wat zegt dat nou? Dan zou de buurvrouw van mijn moeder ook een kennis kunnen zijn. Want die heb ik wel eens ontmoet in de lift.

Genegenheid dan, wat vindt Van Dale daar dan van?

Ge·ne·gen·heid (de; v; meervoud: genegenheden) goedgunstige gezindheid; liefde.

Sorry hoor, maar daar moest ik zelfs hardop om lachen. Van Dale toch! Er zit mijns inziens tussen goedgunstige gezindheid en liefde een gat ter grootte van de Grand Canyon. Die kunnen toch niet in 1 adem genoemd worden?

Ik goedgunstig gezind me te pletter, maar houd van maar een handjevol mensen.

Ik reken maar een paar mensen tot mijn vrienden, de rest is kennis.

En wat is er trouwens mis met kennis? Sommige mensen geven het woord een enorme bijsmaak, alsof kennis minderwaardig is. Alsof een kennis de J.P. Chenet tussen de Grand Crus is. Wat een flauwekul zeg.

Ik koester kennissen net zo goed als vrienden. Ik heb lol met de kennis. Ik klets met de kennis. Ik deel alleen niet alles met de kennis. En de kennis waarschijnlijk ook niet met mij. Want als de kennis zou “promoveren” tot vriend, vinden er ook heel andere gesprekken plaats. Dan ga je meer de diepte in, tenminste, ik wel. Ik vertrouw niet iedereen alles toe.

Mijns inziens is dat alleen het enige waarin de vriend van de kennis verschilt. Het heeft niet te maken met kwaliteit want ook een oppervlakkig gesprek met iemand kan heel erg leuk en gezellig en ontspannend zijn. Het heeft niks te maken met kwantiteit, ik reken namelijk iemand die ik maar 1 of 2 keer per jaar zie, tot 1 van mijn beste vriendinnen.

Het is een heel dun scheidingslijntje op het vertrouwensvlak. Durf ik het achterste van mijn tong te laten zien? Kan ik volledig mezelf zijn bij iemand? Kan ik zeggen wat ik wil? Meer is het niet.

(Iemand nog aanvullingen en/of correcties?)


44 reacties

Rectificatie.

Van een bijzonder mens kreeg ik ooit de tekst door gemaild die ook al jarenlang op mijn pagina hierboven “Wie is die Klief” staat.

Ik neem verantwoording voor wat ik schrijf. Niet voor wat u leest.

Geschreven taal is lastig. Sowieso vind ik het moeilijk om in woorden uit te drukken wat ik voel en bedoel. Hoe transformeer je zoiets complex als een emoties in vredesnaam naar platte tekst?

En dan heb je nog de kant van de ontvanger. In wat voor state of mind is zhij? Zit je niet lekker in je vel als je een tekst leest, dan kan deze héél anders overkomen, dan wanneer je dezelfde tekst leest als je in rustig vaarwater zit. Als het onderwerp van dat wat je leest je aanspreekt, lees je het ook anders. Dan triggert het je.

Hetzelfde gebeurt in het echte leven. Ben je zelf in verwachting, dan zie je ineens overal zwangere vrouwen op straat lopen. Heb je je arm in het gips, dan ineens valt het je op dat je absoluut niet de enige bent. Ben je net begonnen aan je dieet, dan lijkt het alsof alles ineens om eten draait. Op tv zie je reclames van chocolade voorbij komen. Op straat loopt iemand voor je een frietje te eten.

Kortom: waar sta je op dat moment voor open, waarmee ben je bezig in je hoofd? Wat spreekt jou persoonlijk aan?

Mijn blog over de aan longkanker lijdende Sophie was er zo eentje die achter de schermen veel emoties opriep. Die heel veel mensen -en dat betreur ik heel erg- verkeerd hebben geïnterpreteerd. Op mijn blog las ik alleen mensen die het begrepen, die zelfde situaties hadden meegemaakt. Maar ik heb zeker ook reacties gekregen van mensen die mijn stukje niet snapten, die me knalhard vonden en veroordelend.

Vandaar een rectificatie.

Het was absoluut niet aanvallend en als eigen-schuld-dikke-bult bedoeld.

Zo ben ik ook namelijk helemaal niet.

Het was meer bedoeld als enorm stuk onbegrip van mijn kant. De verslaving die ik absoluut niet snap. (En ook niet wil snappen trouwens. Na 12 jaar in de gezondheidszorg te zitten, ga ik er juist hoe langer, hoe minder van begrijpen. Al die mensen die ik ziek zie worden, die ik dood zie gaan… U wilt het niet weten.)

We hebben er regelmatig gesprekken over thuis. Over het stukje zelfdestructie dat veel mensen in zich hebben.

Inderdaad iemand als Sophie ook, een hele sterkte vrouw die zoveel heeft om voor te leven. Mooie dochters, een toffe baan, een man die haar op handen draagt. Die ondanks diverse signalen verstokt doorrookte en die ik de afgelopen jaren conditioneel/longtechnisch zó snel achteruit heb zien gaan dat ik er elke keer weer van schrok.

Ik maak het bijna dagelijks mee.

Ook bij mijn patiënten die ik zie in het kader van de diabeteszorg bijvoorbeeld. Mensen die ik uitleg dat wanneer ze 10 kilo afvallen en wat meer gaan bewegen, geen tabletten hoeven te slikken, elke dag, de rest van hun leven. Die met een paar aanpassingen (en ik geef absoluut toe dat dat moeite kost en heel veel doorzettingsvermogen!) in hun leven geen suikerziekte meer kunnen hebben.

Nee, in werken aan zichzelf daar hebben ze geen zin in. Pillen waar ze winderig van worden, diarree van krijgen, waar ze van aankomen, die de kans op alvleesklierkanker vergroot, die willen ze wel.

Ik kan nog úren doorgaan. Maar dat hoeft niet. U snapt de boodschap wel denk (hoop) ik.

Ik veroordeel die mensen niet. Iedereen mag van mij doen wat zhij wil. Het is hun leven.

Maar het snappen doe ik niet

En verlang dat alsjeblieft ook niet van me…


38 reacties

Einde.

Ik ben niet zo handig met vriendschappen. Een paar mensen ken ik al 100 jaar, zoals S en M van de havo. A en K sinds een jaar of 9-10, sinds ik in mijn huidige woonplaats woon. De rest ken ik tussen de 4 en de 10 jaar denk ik.

In de tussentijd zijn er wel meer mensen geweest, maar vaak ook kortstondig. Het is wel eens zo als met het hebben van een relatie denk ik: soms kom je er in de loop van de jaren achter dat iemand toch niet zo goed bij je past, als dat je in eerste instantie dacht. Voel je je toch niet zo op je gemak als dat je had gehoopt. En soms groei je allebei een andere kant op, ga je andere dingen belangrijker vinden. En is daar wat mis mee?

Jaren geleden stuurde iemand mij eens een mail, iemand waarvan ik dacht dat ik er aardig close mee was. Ze schreef me dat ik haar onzeker maakte, dat ze mij té uitgesproken vond ik mijn uitlatingen. Daarbij had ze een enorme hekel aan mijn broertje, met wie ik op dat moment heel veel omging, en hij had nogal fors gelogen tegen haar. Ze vond het lastig intieme dingen tegen mij te vertellen, wetende dat ik mijn broertje ook vaak sprak. Kortom: ze maakte de vriendschap uit. Ze bedankte me voor de afgelopen jaren maar wilde liever geen contact meer.

Ik was echt in shock. Voelde me behoorlijk gekwetst.

Later vond ik het eigenlijk wel prettig. Ik wist waar ik aan toe was. Had ze mijn mails genegeerd, had ze niet gereageerd op uitnodigingen van mijn kant, dan had ik me nog steeds afgevraagd wat ik fout had gedaan.

Nu was het zo klaar als een klontje: ik was gedumpt.

Zelf op die manier een vriendschap eindigen vind ik lastig. Ik ben iemand die niet graag mensen kwetst. Ik heb een grote mond, maar mensen pijn doen, nee, liever niet. Zeker ook omdat ik nogal sterk ben met woorden en heel direct kan zijn. Dat wordt vaak als aanvallend gezien, terwijl ik dat nooit zo bedoel.

Vaak kies ik er voor dingen langzaam af te laten vloeien. Ik bouw het contact langzaam af en 9 van de 10 keer doet de tegenpartij dat ook. Klaar.

Sinds het zo goed als opheffen van mijn Facebookaccount loop ik me van alles af te vragen. Want door het stoppen van op die wel hele makkelijke manier van contact houden met mensen, zal ik voor de verwijderde mensch wat meer moeite moeten doen. En heb ik daar zin in?

De vragen die ik me de laatste paar dagen intern stel zijn:

Moet je vriendschappen koesteren tot het bittere eind? Ook al gebeuren er dingen waar je je enorm aan stoort of die indruisen tegen je principes? Of moet je soms de andere kant opkijken en dingen voor lief nemen? Of moet je eerlijk zijn? Heeft iemand recht op tekst en uitleg? Of is rustig afvloeien beter? Voor de lieve vrede? En is vriendschap echt zo onvoorwaardelijk? En ben je geen echte vriend als je iemand niet volledig accepteert zoals zhij is?


31 reacties

Lenen.

La Bill is volgens de laatste meting 1 meter 82 en ze heeft schoenmaat 41.

Ik met mijn 1 meter 69 ben maar een klein opneukertje. Ik leef daarentegen wel op redelijk grote voet met mijn schoenmaat 40.

Het was nog even spannend omtrent die schoenmaat. Jill bleef al groeiende best een hele poos steken op 40 en daar werd ik als Imelda van de Haaglanden wel een beetje nerveuzig van. Ik zag het natuurlijk al helemaal gebeuren: dat ik doorlopend mijn schoenen kwijt was omdat het wicht ze ongevraagd had geleend van me. Of dat ik de hakken van mijn geliefde suède laarsjes ontveld terugkreeg, omdat mevrouw ze tussen 2 kinderkopjes geplant had. Of dat ik ineens kale neuzen had, of vlekken op mijn lichte exemplaren. Uitgelubberde elastieken aan mijn sleehakken (hier thuis ook wel krabpalen genoemd.)

Nou ja: ik hoef niet door te gaan denk ik. U begrijpt het wel. Ik houd van mijn schoenen en ben er zuinig op.

Jill heeft heel erg veel positieve eigenschappen, maar zuinigheid en netheid komen niet in dat lijstje voor.

Hell: ze is het slordigste mens dat ik ken. Haar slaapkamer is 1 grote storthoop. Overal worden kleren neer geflikkerd, haar wasbak is stinkend goor, je struikelt over de schoenen die her en der verspreid staan en het is een soort Bermudadriehoek waar opladers, belangrijke paperassen en sieraden spoorloos en op mysterieuze wijze in verdwijnen.

Vorige week kwam ik weer eens op “Ground Zero” om wat versgewassen kleding op te bergen en dan moet ik echt polsstokspringend naar binnen om bij haar bed te komen.

Ik wijk af: ik wilde het over lenen gaan hebben.

Die schoenen zaten wel snor, die past ze niet. Soms, als ik een nieuw paar heb, wil ze als een soort Assepoester tóch nog even proberen of ze heel misschien ruim vallen en haar ook passen, maar -happy, happy, joy, joy- tot op de dag van vandaag bezit ik niet 1 paar dat haar past.

Ik had de ijdele hoop dat het met mijn kleding dus ook wel goed zat. Ik 1 meter 69, zij 1 meter 82. Ik maat 42, zij maat 38.

Nope.

Er zijn blijkbaar nog vesten en bloesjes zat die mevrouw ook past en die haar goedkeuring wel kunnen wegdragen. Van de week zat ik op mijn werk toen ik een appje kreeg. Met foto. Van mijn eigen vest. Of ze deze vandaag aan mocht naar school?

(Jill is natuurlijk een verwaarloosd kind en heeft bijna geen kleding van haarzelf. Dat begrijpt u. Rotouders als wij zijn, laten we haar echt altijd in hetzelfde naar school gaan. En uiteraard in hopeloos ouderwetse rommel. Zo zijn wij.)

Een week of wat geleden had ze een gala op school. Máánden van te voren was ze er al mee bezig. Wat te dragen, hoe ze haar haar ging doen, welke hakken mee gingen…

En of ze dan oorbellen van mij mocht uitzoeken?

Tuurlijk schatje.

En vlak voor dat ze vertrok, kwam ze me vragen of ze nagellak van mij mocht gebruiken. (Zelf heeft ze een kleine 23.000 flesjes maar daar zat uiteraard nét niet de juiste kleur bij.)

Ach. Eigenlijk is het nog wel complimenteus ook. Blijkbaar heb ik als moeder én oud hek toch nog spullen die hip genoeg zijn om uitgeleend te worden aan een meisje van 14.

Ik steek dit verkapte compliment dan ook maar in mijn zak denk ik.


37 reacties

Online.

Gistermiddag ben ik met een tank de bezem door mijn Facebookaccount gegaan. Ik heb meer dan 80 mensen verwijderd.

Waarom?

Ik zit veel en veel teveel online vind ik zelf. Omdat ik absoluut geen tv-kijker ben en Vlam wel en hij (en dat is hem van harte gegund) des avonds de bank bezet houdt, ben ik in de afgelopen jaren steeds meer met mijn laptop en telefoon gaan doen. Veel te veel. Ik heb pvd al sinds de zomervakantie geen boek meer gelezen!

Ik vond van mezelf dat ik moest gaan verzinnen wat daar anders in kon.

Als eerste verdween Instagram. Mán, wat ging daar veel tijd inzitten. Elke dag obsessief meerdere malen inloggen en checken. Hoppatee > weg ermee.

Het bloggen had ik al rigoureus aangepakt. Ik volg zeker de helft minder minder blogs vergeleken met een jaar geleden. Ik publiceer alleen een verhaaltje als ik daar zin en/of tijd voor heb (en dat gaat me aardig af, tegen mijn eigen verwachtingen in zelfs) en niet meer dagelijks. Ik hoef van mezelf op dat wat ik bij anderen lees, niet meer altijd te reageren en ook dat lukt me wonderwel fantastisch. Ik vink met enige regelmaat via Bloglovin aan dat ik een blog heb gelezen waardoor ie uit mijn leeslijst verdwijnt, terwijl ik ‘m niet heb gelezen. En daar voel ik me niet eens meer schuldig om.

Toen moest Facebook er dus aan geloven. In principe is het een leuk iets.

Maar er waren wat ergernissen: de mensen die helemaal niks met hun account doen. Waarvan ik nog nooit iets heb zien verschijnen op Facebook, nog geen minuscuul “like-je” op een geplaatste foto…  Die heb ik er als eerste afgehaald. Een week of wat geleden al.

Toen volgden de mensen die wél plaatsen, veel ook, maar zelf nooit eens de moeite nemen iets terug leuk te vinden. Het eenrichtingsverkeertype. Ben ik allergisch voor. Exit.

De mensen die altijd en alleen maar negativiteit te melden hebben. Die teksten plaatsen als “van buiten een lach maar van binnen een traan”. Zonder tekst en uitleg. Dat je je gedwongen voelt te vragen wat er is. Terwijl je dat eigenlijk helemaal niet interesseert wilt.

Mensen die doorlopend dingen delen, die overduidelijk hartstikke tegen kanker en keihard voor dieren zijn. Die hebben enige weken geleden ook al het veld geruimd.

Toen bedacht ik dat ik er eigenlijk helemaal geen zin meer in had. Maar mijn account verwijderen kan niet.

Ten eerste omdat ik mijn Kliefje-pagina wel erg handig en leuk vind en ik die pagina zonder privéaccount niet kon behouden.

En omdat er bepaalde familieleden zijn waarmee ik via Facebook op een eenvoudige manier nog contact houd.

En dus blijf ik aanwezig, zij het in een zéér afgeslankte vorm en ik zal weinig actief meer zijn. Ik werd namelijk ook gek van mezelf dat ik tig keer per dag checkte of er nog iets gebeurd was. Ik wil dat vanaf heden alleen nog des avonds doen. Als ik aan mijn laptop zit, terwijl Vlam DWDD kijkt.

Voor de zekerheid heb ik de apps op mijn telefoon en tablet verwijderd.

Ik ken mezelf…


17 reacties

Telefoonellende.

Toen ik vorige week Anton van de helpdesk van HP aan de lijn had, vroeg ik hem, al wachtende op het zoveelste bestand dat hij binnenhaalde, op de man af: doe je dit werk de héle dag? Van 8 tot 17? En dan 5 dagen in de week?

Ik -als actieve niet-beller- kan het me namelijk niet voorstellen, dat iemand er vrijwillig voor kiest om de hele dag aan de telefoon te zitten. (Ook niet voor serieus geld trouwens. Ik word nog liever bladblazer of papierprikker.)

Hij gniffelde en gaf schoorvoetend toe dat dit echt zijn baan was ja. Hij moest er wel om lachen, mijn nogal directe vraag en ongeloof.

Ik had hem een uurtje aan de telefoon en raakte al lichtelijk in paniek. Ik heb denk ik wel 10x op de display gekeken en kon het amper geloven dat ik gewoon een uur en 11 minuten heb gebeld. Een heus record. Door mijn strot geduwd.

Bellen en ik is altijd al een slechte combi geweest, maar de laatste jaren is het dramatisch te noemen.

Ik vertoon zelfs belontwijkend gedrag. Als ik een bedrijf moet bellen, of een afspraak ergens moet maken, stel ik het het liefst zo lang mogelijk uit. En als ik dan bel, ben ik erg kortaf, heel zakelijk. To the point en nergens anders naartoe.

Ook privé.

Net belde Vlam me. Hij had vanmiddag een begrafenis van een oude hockeymaat en toen de plechtigheid voorbij was, besliste een aantal van hen, dat ze nog even de kroeg in wilden. Ik had al niet op Vlam gerekend met het eten, had een klein borreltje ergens al lang en breed ingecalculeerd, maar het was toch attent dat ie me even belde, dat één en ander ging uitlopen.

Vlam is dol op bellen, kan in real life, maar ook al telefonerend echt 5 kwartier in een uur praten. Het is niet normaal wat een flauwekul er soms uitkomt. Heeft ie nét de vorige dag zijn moeder live gezien en dan nog kunnen ze de dag daarna rustig een half uur lullen over het weer, wijn en andere flauwekul.

Als Vlam en zijn beste vriend bellen, is het helemaal verschrikkelijk. Wijven zijn het. Kwebbeldekweb. En dan ook niet kunnen ophangen. Echt tot 3x toe richting een afronding komen en dan op de valreep nóg een onderwerp weten te vinden. Amazing.

Vlam praat ook nog eens heel erg hard als ie belt. Alsof hij de afstand tussen ons en die vriend in Nootdorp echt moet zien te overbruggen met zijn stem. Om die reden moet hij ook altijd in de keuken bellen van ons. Omdat Jill en ik bang zijn voor permanente gehoorbeschadiging.

Ik wijk af: Vlam begon, toen ik opnam, met “schatje” en wilde van wal steken. Ik was net aan tafel gaan zitten voor het diner en de rest hoor ik vanavond wel als thuis komt. Of anders morgen wel. Ook goed. Ik kapte de boel af en leidde hem vliegensvlug naar de informatie die ik nodig had, sloot af en wenste hem veel plezier met zijn vrienden.

De verdere details hoor ik nog wel. Live. Niet door een stukje plastic.

Brrrrr…


26 reacties

Dankjewel!

20150215_090137Deze bon gaat morgen naar de aardige mevrouw van de woningbouwvereniging. Omdat ze de afgelopen pak ‘m beet 6 maanden al mijn 300+ mails zo netjes en zo enorm snel heeft beantwoord.

Hoezo dat?

Misschien dat u het toen al wel gelezen heeft, misschien niet. Maar voor de mensch die geen idee heeft wat er hier (hoog) (op)speelde:

We hebben buren die mijns inziens beter kunnen verhuizen naar het pittoreske Otterlo. Daar waar veel hei is. En hutjes zijn. Want daar zijn ze niemand tot last met hun gegil, geklus, en verzamelwoede. Kortom: met het hun buren irriteren. Hier in de Randstad, waar we nogal dicht op elkaar wonen, kun je nou eenmaal niet doen waar je zin in hebt. Daar zul je rekening moeten houden met elkaar. Heel gek.

Het nieuwste project van van hen-die-het-tot-een-kunt-hebben-verheven-om-je-buren-tot-last-te-zijn, was een heuse houtkachel. In een portiekwoning.  En hij was aangesloten op de bestaande schoorsteen die sinds 1987 al niet meer in gebruik was, noch was gecontroleerd en/of schoongemaakt.

De buren flikkerden daar dag en nacht stukken gebeitst en geverfd hout in. En God weet wat nog meer. De lucht was soms niet te harden.

De schoorsteen staat, ter verhoging van de feestvreugde, naast ons slaapkamerraam. U kunt zelf wel verzinnen waar die rook bij voorkeur linea recta naartoe trok, al die maanden?

Juistem.

Nou ben ik niet iemand die de hele dag voor het raam zit te zitten en zich druk maakt over van alles en nog wat. Maar dit ging echt te ver.

Het meurde, het was ongezond én bovendien zeer gevaarlijk.

En dat vonden niet alleen Vlam, Jill en ik.

De halve straat vond dit laatste projectje van de familie alleen-op-de-wereld te ver gaan. Er werd druk gemaild en gebeld door ons en diverse buren en de woningbouwvereniging daagde onder druk van de bewoners de (onrust)stokers voor de rechter.

En na maanden geduld te hebben gehad, in een naar een kampvuur meurende slaapkamer te hebben geslapen, bij tijd en wijle ons zorgen te hebben gemaakt, was het afgelopen donderdag ein-de-lijk zover.

En hoezee: het recht heeft gezegevierd.

Na de zitting kreeg ik een mail van de mevrouw van de woningbouwvereniging: Klief, de rechter heeft vanmiddag beslist dat de buurman zijn houtkachel niet meer mag gebruiken op straffe van een boete. Jullie mogen de politie bellen als jullie rook ruiken. Volgende week gaan we aan tafel zitten om met hem een alternatief te bespreken.

Ik mailde haar meteen terug dat ik echt énorm blij was met de uitspraak en of dat verbod vanaf nu gold, of pas vanaf het moment dat hij alternatieve verwarming had?

Ze mailde me weer terug dat het stookverbod per direct inging.

“Oh, rot voor hem dat ie nou kou moet lijden”, mailde ik terug.

Vlam reageerde nogal coulant, hij vond dat de buren de tijd mochten krijgen tot ze een alternatieve bron van verwarming hebben.

Ik niet. Ik ben ze beu én ik ben knalhard.

Als ik maar dénk dat ik vuur ruik, hang ik al aan de telefoon.

Mijn begrip is op.