Afscheid.

Deze week stond qua gedachtes in het teken van een vrouw die ik jaren geleden heb leren kennen via mijn blog. M viel op door de humoristische, intelligente, veelal heerlijk sarcastische opmerkingen.

We begonnen te mailen achter de schermen en dat doen we nog steeds, met enige regelmaat. We zijn Facebookvrienden geworden, we sturen elkaar soms kaartjes en ik ben -alhoewel ik haar dus niet irl ken- om haar gaan geven.

Ze vertrouwde me dingen die die heel erg privé zijn, die je niet aan de grote klok hangt. Heftige dingen ook.

De laatste berichten die ik van haar kreeg, waren positief. Zij en haar kinderen zaten eindelijk in een positieve flow. En dat was ze PVD ook gegund, na al die tropenjaren! Ik genoot helemaal mee van haar enthousiaste verhalen.

Zaterdagavond kreeg ik weer een mail van haar.

“Leuk!” dacht ik nog, toen ik ‘m opende.

Not.

Het was een digitale overlijdenskaart van haar 13-jarige zoon. Dood gevonden in huis, oorzaak nog onbekend. Zoals het er nu naar uitziet een natuurlijke oorzaak.

Ik schrok me werkelijk helemaal wezenloos. Mijn hart stond echt even stil.

Ik kom door mijn werk vaak in aanraking met de dood. Die hoort ook gewoon bij het leven. Soms ben ik van slag door iemands dood, soms komt het als een opluchting, soms doet het me -eerlijk gezegd- ook niets.

Deze hakte er echter in.

Ik ben een redelijk angstloze vrouw. Ik ben niet bang om ziek te worden, om dood te gaan, ik spring net zo makkelijk in elke diepte, durf slangen en spinnen vast te pakken, ik meng me zonder na te denken in een ruzie, durf mijn mening te geven. Kortom: mij maak je niet gek.

Ik heb er stiekem maar eentje, één angst. Een zeker niet-hysterische, niet allesoverheersende vorm , maar wél eentje die altijd wat suddert op de achtergrond. De angst om degenen van wie ik het meeste houd, kwijt te raken. Definitief kwijt te raken.

Soms ben ik onderweg naar huis en word ik ingehaald door een ambulance of vliegt er een traumahelikopter over. Wat als Jill of Vlam er in zouden liggen, denk ik dan. Wat zou ik doen?

Hoe zou ik reageren als de politie langs zou komen en zou zeggen dat mijn man of kind dood gevonden was? Zou ik gaan gillen?

Ik kan zo eens in de zoveel tijd met vlagen bizarre fantasieën hebben over hun dood. Ik kan me dan helemaal voorstellen hoe ik me zou voelen, wat ik zou denken, hoe de uitvaart eruit zou zien, wat ik aan zou hebben, wie er naast me zouden zitten…

Idioot, ik weet het. Maar ik kan het niet stoppen, het zit er al jaren, die gedachtes.

En de laatste week zit het er weer meer dan in het afgelopen jaar bij elkaar.

En daar knapt een mens niet van op.

Arme, lieve M. Het moet een hel zijn waar je nu in zit.

Testcase.

De afgelopen 3 weken heb ik elke vrijdag een korreltje Nux Vomica genomen. Vanmiddag ging ik op mijn werk naar het toilet en bleek ik tot mijn grote verrassing zowaar ongesteld te zijn geworden. Wtf? Ik had de afgelopen dagen -zoals de trend het afgelopen half jaar was- zwaar in de mineur moeten zijn. Me rotter dan rot moeten voelen.

Ik heb dus echt erewoord nergens last van gehad. De hormoonheks, die heeft zich deze maand niet laten zien.

Ik blogde al eerder over de Nux patiënt (wat ik bleek te zijn): gehaast en gejaagd om dingen af te maken. Kan niet op anderen wachten. Is vaak erg kritisch en wijst weleens snel iemand af die niet aan zijn veeleisende principes beantwoordt. Kan scherpe opmerkingen maken wanneer hij geïrriteerd is. Of houdt in plaats daarvan dat vervelende gevoel voor zichzelf, maar uit zijn onbehagen in zo’n geval in botte, ondiplomatieke taal en door de uitdrukking op zijn gezicht. Wil niets liever dan alleen worden gelaten en haat het afhankelijk te zijn van anderen die minder capabel zijn dan hijzelf. Vindt het vreselijk vragen te moeten beantwoorden. Is uiterst netjes en maakt zich druk over kleine dingen. Heeft de neiging zijn omgeving in te richten volgens zijn eigen gevoel voor precisie en orde. Haar zenuwstelsel is overgevoelig. Lichte geluiden, zoals het geluid van pratende mensen of zelfs het geluid van voetstappen, brengen haar al in verwarring en ze kan niet tegen helder licht of onplezierige geurtjes.

Hoewel ik over bovenstaande niets positiefs kan zeggen, is het helaas wel 100% op mij van toepassing. Ik ben gewoon snel geïrriteerd. Altijd al zo geweest. En tijdens de pms periode, is dat nog eens 10x zo erg. Dan kan ik het ook niet binnen houden, móét ik het uiten.

Ik heb de afgelopen 3 weken uiteraard minutieus bijgehouden hoe ik me voelde, na het innemen van de korreltjes van Klazien uut Zalk. U weet van mijn scepticisme. Ik geloof echt he-le-maal niet in homeopathie. Wat mij betreft valt het onder de noemer hocus pocus.

In ieder geval: na de eerste korrel voelde ik me precies hetzelfde.

Op de dag dag ik de tweede korrel ingenomen had, kreeg ik van mijn collega een e-mail. De griepprikken zouden bezorgd worden, precies op de dag dat de praktijk was gesloten en ik een extra vrije dag had. Wat Laura er aan kon doen om dat te veranderen? Of ik een idee had. Mijn woede (ik word er soms echt knettergek van dat mijn werkgever en mijn collega voor heel erg veel futiliteiten mij inschakelen in plaats van het zelf op te lossen) vlamde een paar seconden heel erg hoog op. En dat gevoel zakte als een speer weer in elkaar. Ik was superrelaxed toen ik mijn collega terug mailde: neem jij die dag maar lekker vrij, jij bent er meer aan toe dan ik, ik zal die dag er gewoon zijn om de vaccins aan te nemen. No problemo.

Het was op dat moment dat alsof ik vanaf een afstand naar mezelf zat te kijken. Normaal had ik me ook wel “opgeofferd”, maar er eigenlijk niets bij voelen? Het ook oké vinden? Niet geïrriteerd zijn? Wow…

En zo ontspannen voel ik me nog steeds.

Klazien had gezegd dat ze wilde dat ik me 80% beter zou voelen, met minder nam ze geen genoegen. Vlam noemde eergisteren zelfs een getal van 100%. Hij was blij dat hij de oude Klief weer terug had. Hij is net zo argwanend als ik, kan het niet bevatten dat 3 van die lullige korreltjes zoveel verandering hebben veroorzaakt, maar het is echt zo.

Of het moet liggen aan de extra magnesium en selenium die ik tegelijkertijd ook dagelijks ben gaan slikken. Tip van een overgangsconsulente.

U hoort het, ik houd nog even een slag om de arm…

Empathie.

Vorige week had ik een patiënte op mijn spreekuur, ze kwam voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker, voor een uitstrijkje dus.

Ik heb dan een standaardlijst met daarop een paar vragen die ik stel, voor ik overga tot actie. Ik wil eventuele klachten weten, of de betreffende vrouw hormonen slikt, ik wil weten wanneer de laatste menstruatie was en of het patroon regelmatig is.

Deze mevrouw was door de overgang heen, zonder problemen. Ze had er niks van gemerkt, zei ze.

Ik vertelde haar dat ze daar geluk mee had gehad. Dat ik veel vrouwen spreek, voor wie het een nogal heftige gebeurtenis is.

Daarop kwám een reactie. Ik was sprakeloos en dat gebeurt niet veel kan ik u zeggen.

“Vrouwen die lopen te zeiken over overgangsklachten, mankeren onderliggend waarschijnlijk wat. Die hebben in hun leven hun zaakjes niet op orde, zijn ontevreden, lopen ergens anders mee, en dan is die overgang een prima excuus. Vrouwen die stabiel zijn, die stevig in het leven staan, die hoor je nooit over de overgang.”

Ze ging nog even door.

“Ook zoiets, vrouwen met een postpartum depressie. Kom op zeg! Aanstelleritis!”

Het was dat ik nog niet was begonnen met het uitstrijkje, anders had ik dat speculum even hardhandig in die muts willen ronddraaien.

Ik heb geprobeerd er niet op te reageren, maar dat lukte me dus even niet.

Ik vertelde haar dat ik zelf toch wel een doorzetter ben, iemand die niet snel iets mankeert, maar dat ik zelf de laatste maanden behoorlijk loop te tobben met mijn hormonen en dat ik me soms echt waardeloos voel terwijl ik zo happy ben als wat. Dat ik het met haar opmerkingen dus niet eens was.

Toen bond ze in en gingen we over op veiliger onderwerpen als werk en vakantie. Beter. Mijn bloed kookte namelijk.

Wat is er in vredesnaam mis met mensen zoals zij? Omdat je het zelf niet kent, is het niet waar? Ik weet dat er mensen zijn die het lastig vinden zich in te leven in andere mensen, maar dit is een compleet gemis aan empathische gevoelens. Zó enorm kort door de bocht, dat ik het gewoonweg shocking vond.

Tuurlijk is het verdomde lastig om je een voorstelling te maken van hoe andere mensen zich voelen door hun ziekte, of door een heftige gebeurtenis, iets waar je zelf geen ervaring mee hebt, maar als je het niet begrijpt, houd dan gewoon wijselijk je mond. Knik wat, klets wat mee, zorg dat je er bent voor de ander. Doe je best in ieder geval.

Het zou mooi zijn als dat soort emotiegestoorde mensen eens een dag konden voelen wat een ander voelt. Dat deze mevrouw kan ervaren hoe het voelt als je een depressie hebt. Kijken of ze dan nog steeds blijft verkondigen dat je jezelf gewoon een schop onder je kont moet geven en je niet zo moet aanstellen.

Bah!

Stilteplek.

De koptelefoon die ik een maandje of wat geleden aanschaftte, werkt perfect!

Ik zonder me zo’n 2, 3, 4 keer in de week af. Zalig vind ik het. Dat had ik veel eerder moeten doen.

Ik heb al een maand geen studio sport aan hoeven horen en de stem van die kwal van een Matthijs van Nieuwkerk, die ben ik ook langzaam aan het vergeten. René van der Gijp? Wie is dat?

Als ik blog of meerdere mails wil beantwoorden, heb ik een lichte voorkeur, raar maar waar, voor shanti mantra’s. Omdat die lekker lang duren, ik niet tussendoor steeds nieuwe liedjes hoef te zoeken en ze eentonig zijn. Ze geven rust op de één of andere manier. Zet ik iets op van popmuziek, dan heb ik altijd de onbedwingbare behoefte mee te zingen en dat is a) gek voor Vlam en b) leidt het af. Ik luister daar ook wel naar hoor, maar dan als ik gewoon wat aan het surfen ben.

Weet u wat ik eigenlijk het lekkerste vind, van die koptelefoon? Niet het uitsluiten van de voetbal of de praatprogramma’s, wat ik dacht. Het fijnste is dat ik niet meer verplicht mee hoef te kijken/luisteren naar het nieuws.

Ik word er niet alleen schijt- en schijtziek van dat men op verschillende plekken van de wereld elkaar de hersens inslaat, of de hoofden eraf hakt, ik word er ook iets moedeloos van. En sippig, bij vlagen.

Vanaf dat ik geboren ben, zijn ze al aan het vechten in de Midden Oosten. Ik herinner me alleen maar nieuwsberichten met mensen die elkaar daar het leven meer dan zuur maken. Ik ben zó ontzettend Gazastrook-moe. U wilt het niet weten.

En verder hebben we nog meer dagelijkse ellende. In India blijven er politieagenten bestaan die vrouwen verkrachten, liefst gezellig met wat bekenden. In Afrika gaan de mensen steeds maar weer dood aan de meest vreselijke ziektes, of ze besnijden er onschuldige meisjes. In Pakistan krijgen vrouwen zuur in hun gezicht gesmeten als ze praten met de buurman. In Mexico worden mensen onthoofd door drugskartels…

Een jaar of 7 geleden ben ik definitief gestopt met het kijken naar het 8 uur journaal. Ik was er klaar mee, elke dag weer die ellende die door mijn strot geduwd werd. Ik heb het al druk genoeg met mijn eigen leven en werk.

Nu lees ik alleen nog digitale kranten en zo kan ik filteren wat ik toelaat in mijn hoofd. Noem me een struisvogel, maar het bevalt me prima. Niet meer precies weten wat er zich op de aarde allemaal afspeelt. Heerlijk. Ik kan het u aanraden.

Stijgend.

Wij zitten in huize Klivia na een paar behoorlijk vervelende jaren, ein-de-lijk in een stijgende lijn wat betreft de financiën.

Ik geef geen fluit om luxe en geld en status en merken, maar als je een hoge bloeddruk krijgt van de gedachte aan het niet kunnen betalen van je rekeningen, of als je -terwijl er niks mis is met je relatie- ruzie krijgt om dat koleregeld, of als de belastingvrienden dreigen om voor de 3e keer je auto op te komen halen, is dat op zijn minst niet tof te noemen. Ergo: geld maakt best gelukkig.

Vlam is zelfstandig in de bouw en zoals u weet, ging dat niet erg best de afgelopen jaren. Als hij al werk had, dan was het voor lullige bedragen, of hij had opdrachtgevers die er rustig 9 maanden over deden, eer ze hun facturen eens gingen betalen. U kunt nu gaan roepen “dan schakel je toch een deurwaarder in!” of “je hoort als zelfstandige binnen een maand betaald te krijgen, dat is wettelijk zo bepaald”. Maar die kennen we. Tuurlijk kun je de druk opvoeren. Maar dan weet je zeker dat ze voor jou iemand anders in dienst gaan nemen. Want niemand wil een “zeikerd”.

De laatste maanden werkt hij voor een ander bedrijf en zij betalen gewoon netjes binnen een maand. We versturen elk weekend een factuur van de laatste week dus dat betekent dat er inmiddels elke week een x bedrag wordt bijgeschreven op Vlams rekening.

En langzaam kruipen we uit de shit. Er is nog steeds behoorlijk wat in te halen, want jarenlange crisis in de bouw, maanden nul inkomen vanwege een hernia en Vlam die voor hij mij leerde kennen, “iets” te makkelijk omging met geld waardoor hij aanzienlijke achterstanden had, en dat werk je niet 1, 2, 3 weg. Maar we doen ons stinkende best.

In ieder geval: er is weer meer te besteden en dat is een lekker gevoel. Ik zal nooit een big spender worden, maar het is wel heel erg fijn als ik een doosje frambozen in mijn karretje kan gooien, gewoon, omdat ik daar zin in hebt. Dat ik niet aan het begin van de maand hoef uit te rekenen wat ik elke week kan besteden. Dat wanneer er, zoals enige weken geleden, een paar vriendinnen komen eten, ik gewoon kan koken waar ik zin in heb en nergens op hoef te beknibbelen.

En weet u wat ook zo lekker is aan een regelmatig inkomen? Dat ik nu eens een keertje vooruit kan plannen. Voorheen kon dat nooit, want het was maar de vraag of die flapdrollen van een werkgevers van Vlam geld zouden overmaken.

Ik kan nu zomaar alvast een hotelkamer boeken op de dag dat ik jarig ben. Hoe leuk is dat? Ik hoef me niet druk te maken of we dat tegen die tijd wel kunnen betalen.

En gisteren gingen we even de Bijenkorf in. En kreeg ik van Vlam een paar schoenen én een leren rok. Die hij me al een jaar lang geleden had beloofd.

Kadootjes ontvangen is fijn. Maar het is misschien nog wel leuker als ik zie hoe blij hij er van wordt, dat hij mij kan en mag verwennen.

Telefoneren.

De afgelopen weken heb ik 3 keer een ochtend in moeten vallen voor mijn collega Laura. Vanwege privéomstandigheden was ze er namelijk niet.

En daar zat ik dan, aan de mij zo gehate telefoon. Een beetje de assistente te spelen. Gátver!

De periode daarvoor, dat ik nog niet op Laura’s plek zat, maar wel al wist dat ik dan en dan het haas zou zijn, was ik al nerveuzig. Ik zag er tegenop al ware het een tandsteenverwijderbehandeling. Of een mammografie. Ik heb me er intern echt druk om lopen maken.

Ik heb namelijk een heuse telefoonvrees. Privé bel ik dan ook echt bijna nooit. Ik heb een mobiele bundel van 100 minuten en verbel er elke maand ongeveer 10 denk ik, als ik een drukke praatmaand heb. Vast bellen doe ik zo eens per maand. Dan heb ik óf mijn moeder aan de telefoon, óf vriendin Els uit Zeeland. En dan houd ik het zeker een minuut of 15 vol, als ze mazzel hebben.

Ik ben goed in praten, daar ligt het niet aan. Ik kan 5 kwartier in een uur kletsen als ik iemand tegenover me heb waar ik het goed mee kan vinden. Maar praten in een apparaatje? Ik sla dood van de telefoon. Communiceren in een stukje plastic zonder de tegenpartij in de ogen te kunnen kijken, aan te raken of hun lichaamstaal te kunnen peilen, vind ik stom. Ik doe het dan ook eigenlijk zelden tot nooit. Mits het écht niet anders kan. En als ik al opneem (want ook dat is uniek. Ik druk u zo weg als u mij belt, dan weet u dat alvast. En als ik dat niet doe, staan mijn telefoon 9 van de 10 keer op stil en hoor ik ‘m niet eens), dan ben ik vaak kortaf of klink ik afwezig, schijnt. Ik krijg regelmatig klachten.

Er zijn heel weinig mensen die weten dat ik ook een vast nummer heb, het is zelfs zo geheim, dat ik het zelf niet uit mijn hoofd ken.

Als ik ergens op een website ofzo mijn nummer in moet vullen, om verder te kunnen in een bestelling, dan vul ik altijd in dat ik 06 12345678 heb. Ik moet er niet aan denken dat ze me gaan bellen voor een klanttevredenheidsonderzoek ofzo. Brrrrrr…

Ik vind het ook zo’n enorme inbreuk, bellen. Het is zo doordringend en het komt meestal heel erg ongelegen. Mensen hebben namelijk de onhebbelijke gewoonte te bellen als het niet uitkomt. Als je voor het eerst in 5 uur even gaat plassen, terwijl je al die tijd naast je telefoon zat, dan precies gaat dat kolereding af. Of als je nét onder de douche gaat staan. En dan hoor je dat ding afgaan en sta je meteen niet meer lekker relaxed te douchen. Want het zou zomaar je kind in nood kunnen zijn. En dan neem jij niet op. Moet je toch niet aan denken? En dan loop je druipend en je nek brekend op het glibberige laminaat naar je telefoon om te zien dat het een privénummer was.

Zucht.

bellen2

Raken.

Er zijn patiënten die mij raken. Ik ontkom er niet aan.

Abel is er zo eentje. Man van 80+, een jaar of 2 geleden weduwnaar geworden en sinds een jaar of wat weer gelukkig met een nieuwe liefde. Hij is charmant, heeft humor, is attent, ontwikkeld, en zo door de jaren heen, hebben we een fijn contact gekregen. Eens in het kwartaal komt hij mij me voor bepaalde onderhuidse injecties en dan praten we even bij. We mailen regelmatig wat heen en weer als hij zijn recepten besteld. En, heel toevallig, kom ik hem ook regelmatig tegen, al wandelende.

Ik zag hem een paar weken geleden nog, toen hij bij me kwam voor zijn injectie. Hij was net op vakantie geweest, was happy, voelde zich prima. Zijn laatste controles in het ziekenhuis waren goed, hij was gezond. U wordt oud met dat wat u heeft, hadden ze gezegd.

Not.

Blijkt hij ineens een tumor in zijn hoofd te hebben die roet in het eten gooit.

Gisteren, toen ik de wijk inging voor de griepvaccinaties, wipte ik eerst even bij hem langs, in het ziekenhuis. Hij was erg blij me te zien, ik kreeg 3 dikke zoenen en hij vertelde me dat het oké was zo. Was één en ander operabel prima. Was dat het niet zo, ook prima. Hij vertelde me een geweldig leven te hebben gehad, met zijn overleden vrouw. En hij was zo blij dat hij op het einde nog zo ontzettend verliefd is mogen  worden. “Ik heb toch niets te klagen gehad Klivia, als ik nu ga, dan is het goed. Ik realiseer me al jaren dat ik vandaag of morgen aan de beurt ben”.

Ik stapte best aangeslagen weer op mijn fiets, moet ik u zeggen.

De rest van de tocht was ook “mwah” te noemen.

Elk jaar selecteer ik in ons elektronisch dossier de patiënten die recht hebben op een griepprik. Meestal komen daar zo’n 1100 mensen uit. Ik loop die lijst altijd een keer of 3, stuk voor stuk na. Ik filter er onder andere de mensen uit die niet meer naar de praktijk kunnen komen, die ik elk jaar thuis bezoek om ze de vaccinatie te geven. Ik werk nu 9 jaar voor mijn werkgever en ken mijn vaste adresjes.

Bij het vergelijken van de lijst van vorig jaar, met die van dit jaar, moest ik helaas aardig strepen. Mevrouw die was overleden, meneer die ook, streep, streep, streep…

Dat blijft me toch wat doen.

Gisteren, op de fiets, beleefde ik dat weer even. Ik zag de kamers in de verzorgingstehuizen die “ineens” door andere mensen bewoond waren, zag de nu lege, vaste plekjes aan de tafels in het restaurant.

Ik trof ook een mevrouw die dementerende is en die in een jaar tijd zó verschrikkelijk achteruit gegaan was, dat ik er echt van schrok. Ze produceerde alleen nog maar langgerekte huilen en was heel erg verdrietig. Terwijl ze vorig jaar naast me zat en grapjes maakte.

En de meneer die jaren geleden bij een ongeluk zijn echtgenote en dochter heeft verloren, lag nu met zijn hoofd op tafel en leek het helemaal te hebben opgegeven.

Ik neem het niet mee naar huis, blijf er niet mee rondlopen, laat het me niet persoonlijk en/of diep raken, maar ik kan ook niet zeggen dat ik het meteen kwijt ben, als ik thuis weer op de bank zit.