Versiersels.

U heeft onze boom gezien. Best apart denk ik. Met een bletgiraf, een moonende kerstman, pauwen, paashazen, pumps, sterren, sneeuwpopjes en ga zo maar door. En dat alles in hele felle kleuren.

Vlam had daar ooit, lang geleden, commentaar op. Onze boom was de lelijkste van de provincie. Inmiddels is ie er redelijk aan gewend en komt hij zelfs in tuincentra met nieuwe ballen aandraven. Het moet niet gekker worden.

Ja dus: hij kocht kerstbuitenverlichting die je meer zou scharen onder de noemer: discoverlichting. Het is blauw en groen en rood en het draait en pulseert. Een beetje epilepticus moet uit de buurt blijven, het wekt namelijk zó een aanzienlijke stuip op. Vanaf het einde van de straat zie je ons balkon al. Mensen stoppen echt om te kijken als hij aanstaat. Shocking.

Ergo: hij mag nóóít meer iets over onze boom zeggen. Dat begrijpt u.

driehoek

Ik ben dus redelijk ruimdenkend als het gaat om wat esthetisch verantwoord is en wat niet. Wat niet kan is bovenstaand object. Het zou verboden moeten worden.

Vorige week was ik in de plaatselijke Blokker en daar zag ik ‘m weer: het kerstdriehoekje.

Niet uit het kerstbeeld weg te slaan.

Toen ik puber was, hebben mijn zus en ik vanuit de metro in Rotterdam op het traject Zuidplein-Rijnhaven (waar hij onder de grond verdwijnt) echt een paar honderd van die driehoekjes geteld. We pisten haast in onze broeken, we bléven namelijk tellen.

Elk jaar houdt een oud-klasgenoot van mij, met wie ik nog steeds contact heb, via Facebook, me op de hoogte van de driehoekenstand op datzelfde stuk. Alhoewel behoorlijk dalende, zijn ze er nog steeds! In aardige getale. Niet te geloven.

kerstversiering

Niet te geloven vind ik ook mensen die van die enorme lichtgevende rendieren in hun tuin hebben staan. Hierboven ziet u een foto van onze achterburen. (Klik om te vergroten. Als u durft!) Die doen elk jaar heel subtiel aan wat kerstopsmuk. Eneco is er maar wat blij mee…

Wat je gelukkig niet meer ziet is engelenhaar. Ik geloof dat het nu echt uitgestorven is.

Halleluja voor dat. Wat een kolerespul was dat engelenhaar zeg. Ontzettend. De slechtste kerstuitvinding ooit.

Mijn moeder was er gek op en drapeerde op ieder lampje in de kerstboom (en dat waren er nogal wat) zo’n toefje haar. Want het gaf zo’n romantisch licht…

Ja lekker romantisch: drie weken jeuk en uitslag over mijn gehele lichaam. En dat was alleen maar van het in de buurt van de boom komen en het ernaar kijken!

Maar het allerergste was ik eraan toe na die keer dat ik in december van -schat ik-  1990 onder de kerstboom heb liggen vrijen met mijn toenmalige vriendje Arthur.

Drie keer raden hoe ik er daarna uitzag?

Juist ja: als een hele grote aardbei.

Berry Christmas!

Aagje.

Ik schijn nieuwsgierig te zijn.

Niet als het op bijvoorbeeld privégegevens van andere mensen te zijn. Niet als ik een politiewagen zie in de straat, dat ik dan wil weten wat er aan de hand is. Ik fiets door zonder te kijken. Idem dito wat betreft ongelukken op de weg, mij zul je nooit zien loeren. Je zou mij ook zo in je huis kunnen laten logeren, ik zal nooit gaan graven in lades met ondergoed. Of lekker in de fotoalbums gaan zitten snuffelen. Dat soort zaken interesseert me niet. Privé is privé, ik ben daar zelf ook redelijk lastig in en met.

Nee , kadootjes, daar gaat het om.

Als ik weet dat er in huis een pakje voor me is, wil ik weten wat het is.

Vlam was een jaar geleden bijvoorbeeld, werkzaam in Limburg. Hij ging op maandagmorgen weg en kwam vrijdagmiddag weer thuis. Omdat hij het dus best druk had, had hij 2 weken van te voren mijn verjaardagskadootjes al gekocht. En die had hij, puur om mij te zieken, pontificaal in de vensterbank gezet. Best irritant. Ik geef ook toe dat ik er meerdere malen aan heb staan rammelen, heb gevoeld en heb geprobeerd te raden wat het was. Lichtjes aan het plakband heb staan peuteren. Heel volwassen. Not.

Van mevrouw Williams kreeg ik 2 kersten geleden een advent-doos. Het voor elke dag een envelop met een kadootje. Ik heb in 1 avond alle vloppen opengerukt. Kon me niet beheersen.

Vroeger als kind, had ik daar al last van.

Op zolder, hadden we van die houten schotten en daarachter lagen spullen die we niet vaak nodig hadden. Enkele weken voor mijn 11e verjaardag, ontdekte ik daar “ineens en geheel spontaan” een witte kooi met een pluche cavia erin. Het mysterie was ontrafeld, ik zou een cavia krijgen. Ik kon weer rustig slapen.

Vlam is nul komma nul nieuwsgierig. Ik probeer hem wel eens uit zijn tent te lokken en te zeggen dat ik zulke leuke dingen voor hem heb gekocht. Dat ik benieuwd ben wat hij er van zal vinden. “Oh” zegt ie dan “leuk zeg…” En dat was het. Heel irritant.

Op de één of andere manier heeft hij wel de gave, zijn kadootjes bijna altijd te vinden. Per ongeluk. Zo komt hij dus NOOIT in een bak met schoonmaakmiddelen die ik onder in een keukenkastje heb staan. Afgelopen kerst trof ik hem ineens op zijn kop aan, zoekend naar een bepaalde spray. “Wat is dit voor tasje?” zei hij. “Borden? Wat doen die daar nou?”

Zucht.

De keer daarvoor, met zijn verjaardag, vond hij in het compartiment, onder de slaapbank, zijn nieuwe geurtje.

Tegenwoordig stop ik dat wat ik heb in een doos, doe die dicht en schrijf er met een dikke marker op dat ie er met zijn fikken vanaf moet blijven omdat het namelijk een verrassing voor hem bevat.

En dat helpt.

Onder onze kerstboom ligt een aanzienlijke stapel pakjes, op dit moment.

Afgelopen zaterdag legde Jill er een mooi doosje met strik onder. “Ik vertrouw je” zei ze er nog bij. “Je kunt het deksel er zo afhalen en erin kijken, niet doen alsjeblieft”.

En van Vlam kreeg ik pas na lang aandringen mijn Ici Paris pas terug. Hij was bang dat ik online ging zitten checken wat de laatste aankopen zouden zijn geweest. “Want zo ben je wel”, werd er nog even bij gezet.

Ik geef toe dat het lastig is.

Maar ik houd stand.

Nog 10 dagen.

Poeh.

Kijk ze lonken…

kado

Imelda.

Zoals bekend ben ik een grote schoenenfan. Ik heb dan ook een aanzienlijke collectie. De Imelda van de Haaglanden ben ik wel, denk ik.

Vorige maand was ik jarig, kreeg ik van mijn schoonouders geld en daarvan kocht ik een paar paarse suède lieslaarzen, een paar groene satijnen peeptoes en prachtige nude pumps. Alvast voor volgend jaar zomer.

Ik heb patiënten die me gedag zeggen, een hand geven en daarna meteen naar mijn voeten kijken. Wat zou ze nóú weer aanhebben?

Hoe hoger de hak, hoe beter. Ik kan ook hele goed lopen op hakken, mij maakt het niet uit of ik platte schoenen draag, of pumps met 12 centimeter hak. Ik zou zo mee kunnen doen met de stiletto-race. (Als ik überhaupt zou kunnen rennen dan hè? Mijn heup breekt al af van 100 meter.)

Ik heb schoenen in alle kleuren van de regenboog.

Sommige heb ik zelfs nog nooit aangehad. Alleen met passen. Die wilde ik dan gewoon “voor de heb” hebben. Maar ze bleken voor geen meter te lopen, of toch wel een tikkie te ordinair voor naar mijn werk, iets te klein of gewoon niet erg praktisch.

Ik heb ook heel veel zogenaamde zitschoenen. Waar je eigenlijk alleen maar mooi mee kan zitten zijn. Hakken waar je na 5 minuten al drukplekken hebt, of een brandende voorvoet. Waarmee ik nét vanuit de auto naar een restaurant kan lopen, met gevaar voor vast komen te zitten tussen de kinderkopjes die er nogal veel zijn in de stad waar we wonen.

Ik heb, schat ik, al met al een paar of 50.

Ik kan er niks aan doen. Ik ben namelijk familiair belast.

Mijn moeder is echter de overtreffende trap. In de winteruitverkoop van een paar jaar geleden kocht ze een paar zwarte laarsjes.

In de daarop volgende winter kocht ze wederom laarsjes. Bij thuiskomst kwam ze erachter dat ze hetzelfde paar had gekocht als de winter daarvoor.

Dat is zelfs mij nog nooit overkomen!

Ik heb haar -terecht- heel hard uitgelachen toen.

Maar terug naar mijn schoenen.

Toen Vlam en ik een maandje geleden voor mijn verjaardag naar Maastricht gingen, kwam ik tot de ontdekking dat ik 50 paar schoenen met aanzienlijke hakken bezit en 1 paar afgetrapte wandelschoenen. Ik heb echt hele lelijke wandelschoenen, mintgroen met paarse veters en behoorlijk grof en groot. Ze stonden enig bij mijn leren broek. Vond Vlam ook.

En dus stapte ik de afgelopen week af van mijn geloof en kocht ik heuse sneakers. Mijn allereerste paar.

Het moet niet gekker worden.

Dit zijn ze. Lelijk niet? buy-adidas-zx-flux-mythology

Onverantwoord?

Ik ben niet bepaald een koukleum te noemen.

Vorig jaar winter heb ik niet eens een winterjas aangehad. Ik fietste elke morgen naar mijn werk en elke middag terug naar huis, in mijn oude, vertrouwde leren jekkie. Open. Hij kan inmiddels gelukkig allang weer dicht, maar ik houd niet van het gevoel “opgesloten” te zitten en jassen geven me dat gevoel.

Idem dito wat betreft coltruien.

En te hoog gesloten bloesjes en jurkjes.

En mijn handschoenen haal ik alleen uit mijn tas, als het écht niet anders kan.

Ik kom elke morgen al fietsend weer collega-fietsers tegen die op een heuse poolexpeditie lijken te gaan. Zo’n jas type slaapzak, wanten, oorwarmers, dikke, wollen sjaal omgeknoopt. En dat vaak al in oktober ofzo. Ik vraag me in vredesnaam af hoe ze dan dan gaan doen als het écht koud wordt?

Zoals 2 jaar geleden bijvoorbeeld. Toen stapte ik wel eens op mijn fiets en zag ik op mijn weerapp dat het minus 14 graden was!

What the hell doe je dan aan als je in oktober al verkleed als eskimo op pad gaat? Thermo-ondergoed? Hittepitkussentjes onder je oksels? Een oplaadbare elektrische deken over je zadel heen?

In ieder geval: het enige waar ik die enorm koude winter last van heb gehad, waren van mijn oren. U kent het wellicht wel: van die knalrode oren die er lijken af te vallen, die zo enorm gaan tintelen, als je een warme ruimte binnenstapt. Een rotgevoel, vind ik.

En dus was ik al een poosje op zoek naar iets oorbedekkends. Geen oorwarmers, want ik wil het verkeer graag horen. Geen muts, ik ben geen ijdeltuit, maar om nou als een freggel op mijn werk aan te komen? Neh… Sowieso ben ik iets zeikerig als het aankomt op stofjes en wolletjes, het moet lekker aanvoelen. Niet te stug, niet te glad, niet te synthetisch.

Vorige week stuitte ik op het hoedjesmutsje op de nieuwe header, hier bovenaan mijn blog. Helemaal happy was ik er mee. Perfect was ie. Hij stond me -al zeg ik het zelf- erg leuk.

Thuisgekomen peuterde ik het prijsstickertje van het label en ik zag dat ie voor 70% uit angora bestond.

Oeps.

Ik weet niet of u ze enige maanden geleden massaal op (onder andere) Facebook hebt zien langskomen? Ik wel. Van die filmpjes met van die Chinese angorakonijnen waarbij nogal hardhandig hun haar werd uitgetrokken? Het geluid dat eruit die konijnen kwam, was oorverdovend. Kippenvel kreeg ik er van.

Nou kon ik me niet heugen überhaupt ooit iets van angora gedragen te hebben (ik ben niet zo truidragend), maar ik nam me voor nevernooit iets te kopen waarin het verwerkt was.

En nu heb ik dat schattige hoedje.

Ik ben enorm aan het twijfelen.

Terugbrengen of niet?

Wat zou u doen?

Doodrelativeren.

Op één van mijn laatste pms-blogs, kreeg ik een reactie van iemand waaraan ik me “een tikkie” stoorde. Ik weet dat het lief en oppeppend en meedenkend was bedoeld, maar mán, wan kon ik er niks mee.

Het was iets in de trant van: geef jezelf een schop onder je kont en bedenk dat er altijd mensen zijn die ergere dingen meemaken.

Dat klopt.

In de top weet-ik-hoeveel van ellende komt pms waarschijnlijk niet eens voor. Op de schaal van ellende is het misschien net een één.

Als degene die de reactie achterliet me een beetje zou kennen irl of via dit blog), weet zhij dat ik mezelf met vlagen tot blauwe plekkens aan toe, onder mijn eigen derrière schop. Dat ten eerste.

Ten tweede vind ik mensen die altijd en eeuwig alles doodrelativeren ook een beetje zielig. Zielig als in: te hard voor zichzelf zijnd.

Wat is er mis met af en toe gewoon even heerlijk zwelgen in zelfmedelijden? Stil staan bij je eigen leed, hoe klein en onbelangrijk het ook is? Of denkt dat het is.

Moet je werkelijk alles gaan vergelijken met dat wat andere mensen meemaken?

Ik heb pijn in mijn teen. De buurvrouw heeft een afgezet been. De nicht van mijn werkgever ligt in het ziekenhuis met gangreen. Zo ken ik er nog wel eentje.

Op mijn werk maak ik elke dag nogal wat leed mee. Jonge moeders met borstkanker, mensen die hun kinderen verliezen, echtparen die al meer dan 50 jaar samen zijn, die uit elkaar gerukt worden door Alzheimer, een jonge meid wiens arm pas geleden is geamputeerd, botkanker. Vrouwen die heel erg graag moeder willen worden, maar geen eicellen hebben. Een bejaarde man van wie zowel zijn vrouw, als zijn dochter voor zijn ogen doodgeschoten zijn. Een jongen die is misbruikt door zijn eigen vader. Een transgender die verstoten is door zijn hele familie. Depressies, zelfdodingen, angststoornissen, auto-mutilatie…

Moet ik doorgaan?

Nee toch?

Ik denk dat iedereen wel weet dat er altijd wel een overtreffende trap te verzinnen is voor dat wat jij hebt.

En zelfs als de wil er is, sommige zaken kun je op bepaalde momenten niet kleiner maken. Tenminste: mij lukt dat niet altijd.

Sowieso met die oestrogeendippen niet. Ik vergelijk die pms met een (zij het kortdurende) depressie (ik ben helaas ervaringsdeskundige dus heb in dit geval wel recht van spreken)… Je wordt wakker en voelt je niet jezelf. Alles is zwart en negatief, geheel buiten jezelf om, kun je nergens meer de lol van inzien. Je hebt geen idee hoe je in vredesnaam de dag door moet komen, hebt nul energie. Je wéét dat je je zegeningen moet tellen en moet proberen er het beste van te maken, maar het enige dat je wilt, is janken en onder je dekbed gaan liggen.

Het “voordeel” is echter, dat je weet dat het binnen een paar dagen weer weg is.

Ik ben hartstikke gelukkig met Vlam en Jill. Ik heb een leuke baan en lieve mensen om me heen. Ik heb geen enkele reden om ongelukkig te zijn. Daar hoeft niemand me aan te helpen herinneren.

Ook ikzelf niet.

Kerstpakketten.

Ook zoiets opmerkelijks decemberigs: kerstpakketten.

Vorig jaar kreeg ik eindelijk een zelf samengesteld kerstpakket van mijn werkgever. Niet zo eentje met een thema. Japans, wellness, oud Hollandsch, u kent ze wel. Met alles in 1 kleur en in dezelfde stijl. Dingen die je écht nevernooit gaan gebruiken en waarvan je weet dat je werkgever er de hoofdprijs voor heeft betaald. Doodzonde.

Ik hoopte vorig jaar op een bruikbaar exemplaar zonder vage naar hondenvoer ruikende paté, kersen op zware siroop en smerige oploschocolademelk. En zonder een blikje met van die dooie asperges. En een pot taugé op water, die zo lijken op visaas. Ik vind het altijd wel prettig als mijn groentes nog een beetje een “bite” hebben. Ik kan wanneer ik in ‘Huize Avondrood’ zit en geen gebit meer heb, altijd nog aan de snotgaar gekookte groentes. Nietwaar?

Helaas bevatte het zelf samengestelde pakket wederom niet echt zaken die wij gebruiken alhoewel er echt wel iemand zijn best op had gedaan. Over smaak valt niet te twisten en misschien zijn wij wel niet een “gemiddeld gezin” als het gaat om levensmiddelen? Geen idee…

In ieder geval: ik kreeg een pak koffie terwijl we een espressoapparaat hebben. Kant-en-klare pastasauzen, wij eten alleen zelfgemaakte dingen. Aardbeienthee, die smaakt naar warme siroop. Een zakje Mexicaanse bonensoep. Et cetera.

Mijn vriendin Karin was er helemaal happy mee, want zeker driekwart van de doos ging haar kant op.

De non-food zaken in het gemiddelde pakket verbazen mij ook altijd.

Zo heb ik wel eens een gelkaars in mijn pakket gehad. Dat ding zat in een glazen potje en ontplofte op een gegeven moment. De vloeibare en vooral ook brandende gel spoot over mijn hele vensterbank en ik had binnen no-time een aanzienlijke fik. Gelukkig zat ik er pal naast toen het gebeurde en wierp ik meteen een deken over de brand. Maar wat als ik net even was gaan plassen? Ik vraag me nog steeds af of de kaars gewoon een ongelukje was óf een aanslag (ik lag die tijd iets in de clinch met mijn toenmalige werkgever, ziet u.)

Ook mooi was de pannenkoekenpan met anti-anti-aanbaklaag. Dat is overigens geen typefoutje. Echt álles bleef namelijk aan de bodem van die pan kleven, zelfs met een half pakje roomboter erin, wilden de pannenkoeken de pan niet meer loslaten. Hij is dan ook na één bakronde de kliko ingegaan. Toedeledokie!

Verder kent iedereen wel die foeilelijke kerstservetten met hulst en/of sneeuwpoppen, kaarsenstandaards, rugzakken, gezelschapsspelletjes die zwaar geflopt zijn en aan de straatstenen niet kwijt te raken zijn en uiteindelijk in een kerstpakket belanden. Bodylotion die zo erg kleeft dat stof en haar en zelfs je kat aan je vast blijft plakken, zeep die nergens naar ruikt, mierzoete-hoofdpijn-veroorzakende bij voorkeur Duitse wijn. Een voetenveger in de vorm van een egel (ja:heus!), cakeblikken terwijl ik nooit bak. Need I go on?

Wat the hell is er mis met een Ici-Paris bon? Ik vraag het me elke keer jaar weer af.

Foto’s.

Vooruit dan maar, op veler verzoek. Speciaal voor de ouderwetsche mensch die geen FB heeft ;)

Klik om te vergroten.

O ja: en wie wél een account heeft en mij daar nog niet volgt, zie in de rechter menubalk de FB botton!

kerst1 kerst2 kerst3 kerst4 kerst5 kerst6 kerst7 kerst8 kerst9 kerst10