Groundhogday.

Ja hoor, ik was weer helemaal op overbekend terrein, afgelopen dinsdag, met de nascholing.

Tot mijn opluchting bleek het feest zonder buffet te zijn, dus ik kon thuis nog even snel iets eten waarvan ik in ieder geval zeker wist dat mijn nieren niet zouden klappen van een overdosis zout en/of mijn vaten zouden dichtslibben. Fijn.

Mijn werkgever kwam me 6 uur sharp ophalen en we hebben het eigenlijk de hele weg over films gehad. Niks zeurends, niks monoloogjes, er was voor mij ook ruimte om wat te zeggen, zowaar. Op een gegeven moment noemde hij die film met die man die steeds dezelfde dag meemaakt. “Je weet wel Klief, met die marmotten…”  Ik verslikte me bijna in mijn pepermuntje. Hij zou toch niet stiekem mijn blog meelezen?

Gelukkig was er eenmaal aangekomen te Naaldwijk, niet al teveel veranderd. Stel je voor?

Alles was er: de statafels met vlekken in de kleden, lauwe slappe koffie, systeemplafondje, smakeloze planten en een naar rook stinkende, naar mijn voorgevel starende huisarts.

Die zichzelf heel wat vond. Die de 15% inkomstenverlies die huisartsen naar alle waarschijnlijkheid volgend jaar voor hun kiezen gaan krijgen, achterloos wegwuifde.

“Mán” wat is nou 15% van een ton. Waar hebben we het over? 1500 euro!”.

Dat leek me een mooi moment om nog even te gaan plassen alvorens het feest pas echt begon.

Zucht.

En wat gingen we daar doen?

We kregen een voorbereiding op een nieuw project waar we aan gaan meedoen.

We (lees: ik) gaan volgend jaar noodgedwongen vanwege die voorspelde daling van inkomsten nóg een groep chronisch zieken begeleiden, de mensen met cardiale problemen. Voor heel veel extra werk gaan we (lees: ik) een groep mensen (dat aantal zal ergens tussen de 30 en 90 liggen) in de gaten houden voor 17 euro per persoon per kwartaal. Bruto. Poeh, poeh.

Het hele verhaal dat ons werd verteld, was iets surreëel nog, want je kunt pas als alles draait, zien waar de knelpunten liggen en hoeveel werk het precies allemaal gaat geven.

Het enige van die avond, dat écht tot me doordrong, was dat er verteld werd dat de nascholing niet tot half 10, maar tot half 9 zou duren. En omdat er slechts 1 persoon het aandurfde aan het einde een vooral niet-domme vraag te stellen, waren we zelfs al om kwart over 8 klaar!

Hoezee!

Ik whatsappte Vlam dat we vertrokken uit Naaldwijk en toen ik thuis kwam, stond er al een kopje thee voor me klaar. Lief!

Al met al viel het me 100% mee.

En wat nóg beter is: het eerstvolgende feestje is pas weer begin januari.

Bah!

Vandaag heb ik een lange dag voor de boeg. Ik mag na mijn werk door naar een nascholing. Dat betekent dus dat ik om half 8 de deur uitga en vanavond om 10 uur thuis ben. Hoezee.

Ik móét in ieder geval elk kalenderjaar zes uur na te scholen over COPD en zes uur over diabetes. Op zich valt dat wel mee dus, maar het jammere is dat er eigenlijk nooit veel nieuwe ontwikkelingen zijn op beide gebieden. Een gemiddelde nascholing is dus feitelijk één groot déjà vu. Groundhog day en dat elk jaar weer een paar keer.

Maar dat is nog niet het ergste. Het lukt mij nog wel om drie uur enigszins intelligent voor me uit te staren maar ondertussen te denken aan de boodschappen die ik nog moet doen, wat ik wil gaan eten van het weekend, seks en het feit dat ik dringend mijn teennagels moet lakken.

De grootste ellende begint altijd direct na mijn werk. Na een lange en vaak intensieve dag in de auto zitten met mijn werkgever. Die dan altijd een non-stop monoloogje bezigt over hoe oncollegiaal zijn collega’s wel niet zijn en dat alle zorgverzekeraars eikels zijn. Ik heb hem meestal die dag al een uurtje of acht om me heen gehad, dus één en ander is best een overdosis te noemen.

Door de drukte op de weg (Randstad hè?) kom je op de valreep, bij de locatie van de cursus aan. Negen van de tien keer is dat één of ander vaag Van Der Valk hotel. Totaal sfeerloos. Inclusief nepplanten, systeemplafond en schuifwanden. En nu, omdat het tenslotte al eind oktober is, met ook nog 27 knipperende kerstbomen en een heuse pluche rendier.

Daar staat bij aankomst dan dat overheerlijke buffet op je te wachten. Met saté van spuitvlees en dode asperges uit blik. Bremzoute soep uit pakje en uitgedroogde broodjes. Uiteraard is alles lekker afgekoeld en/of aangekoekt aan de randen (stukjes hard geworden zacht) omdat je best wel lang in die file hebt gestaan en het buffet al een tijdje geleden is neergezet.

Aan een statafel sta je dan met vage bekende artsen en praktijkondersteuners je smakeloze diner weg te kauwen. Ondertussen zeer ongeïnteresseerd te informeren naar hun manier van praktijkvoeren en de immer belangrijke cijfertjes.

Met een beetje mazzel is het een nascholing waar je niet de hele avond je lekker terug kunt trekken in je eigen hoofd, maar wordt er van je verwacht dat je actief mee doet aan de rollenspelen die ze zo leuk voor je hebben bedacht. Mijn lievelings. Ik ben totaal niet bleu, heb bedroevend weinig last van schaamtegevoel, maar van een beetje rollenspel, sla ik volledig dicht. Het beste is dan om te zorgen dat je een plekje naast de uitgang hebt en een blaasontsteking te faken zodat je regelmatig even een luchtje kunt scheppen.

Aan het einde van een lange, lange werkdag, word je gemiddeld zo omstreeks half tien uit je lijden verlost.

Maar eerst is er altijd nog iemand die één en ander wil vragen. En domme vragen bestaan niet, is mij meerdere malen verteld. Right.

En dan nog even weer die heerlijke autorit terug naar huis met mijn werkgever die aan een nieuw monoloogje is begonnen. Meestal probeer ik dan alsnog even aan die seks en teennagels te denken.

Wish me luck.

Teleurstellend.

Ik heb gelukkig zaterdag, per post, van Klazien, een verse lading nuxkorrels gekregen.

Van de reformlul heb ik niets meer gehoord. Hij had gezegd: als je niet wordt gebeld, kun je einde van de ochtend je bestelling komen ophalen. Ik was er zo kwart over 12 maar er lag niks voor me klaar. Hij had nog niemand van DHL gezien. Raar, want normaal is ie erg stipt, zei hij nog. In 99% van de gevallen was de bestelling op tijd.

Ik opperde dan nog maar even een rondje in de stad te doen en daarna nog eens terug te komen.

Zo’n anderhalf uur later was ik weer terug in zijn winkel (ik heb écht mijn best gedaan, ik ben al niet zo’n fan van shoppen en op zaterdag in de stad zijn, vind ik een crime) maar nog steeds niks.

Ik fietste nuxloos weer naar huis.

De reformlul zou me bellen, beloofd. Of ze nou wel of niet nog zouden komen, om me op de hoogte te stellen.

Ik heb niets meer van hem vernomen.

Hij kan die korrels -mochten ze alsnog komen- dus in zijn anus stoppen wat mij betreft. Jammer dat ze zo klein zijn.

Ik heb een ont-zet-ten-de hekel aan mensen die zich niet houden aan gemaakte afspraken.

Ik vind zelf dat wanneer er een minuscule kans bestaat dat je iets belooft wat je niet na zou kunnen komen, je beter je mond kunt houden.

Niks zo teleurstellend als een verwachting die niet nagekomen wordt.

Ik ben om die reden dus doorgaans een redelijk verwachtingsloos mens. Gaan we op vakantie dan houd ik er tot het laatste moment rekening mee dat het niet kan doorgaan. Een leuk uitje in het verschiet? Het kan nog alle kanten opgaan dus ik calculeer het ergste in. Wolkbreuken, tsunami’s, bladeren op het spoor… You never know.

Naar dochter Jill toe doe ik hetzelfde. Ik meld haar bijvoorbeeld zo kort mogelijk van te voren dat we ergens naartoe gaan. Ik wil haar behoeden voor tegenslagen. Ik zou haar het liefste tot aan de deur van de Efteling blinddoeken, dan de doek van haar hoofd aftrekken en “Verrassing!” roepen. Maar das gek.

Eén en ander komt voort uit mijn jeugd, dat is wel duidelijk voor me. Ik had een stiefvader die altijd gouden bergen beloofde. Hij was de koning van de dode mussen. Zo heb ik eens een pony van hem gekregen, mijn ultieme meisjesdroom. Volledig in de gloria was ik. Tot ik na een week op stal kwam, en een lege box trof. Sheena was weer weggehaald omdat hij helemaal geen geld had om de stallingskosten te betalen.

Diezelfde man kwam ons na de scheiding zo om de week ophalen voor een dagje uit. Dat was tenminste zijn opzet. Het kwam namelijk ook zeer regelmatig voor dat mijn broertje, zusje en ik op het busstation op hem stonden te wachten en dat meneer ons vergeten was. Dan dropen we na een uurtje hoopvol wachten maar weer af.

Stom dat je 30 jaar later daar nóg steeds last van hebt.

Nux-nuts.

Vanmorgen was ik er weer klaar voor, mijn vijfde korreltje nux. Het is de bedoeling dat ik er tot aan mijn eerstvolgende happy period eentje per week neem, elke vrijdag. Vanaf dan, moet ik er alleen nog eentje op de vijfde dag van mijn cyclus gaan gebruiken, eentje per maand dus. Dat zou de truc moeten zijn. Dat probeer ik dan weer even zo vol te houden en daarna mag ik er een beetje mee gaan spelen. Misschien kan ik enkele periodes zonder? En mocht de hormoonheks weer tevoorschijn komen, dan kan ik weer gaan herstarten.

In ieder geval: ik pakte het zakje uit de fruitschaal (bij ons en vele andere gezinnen een soort vergaarbak van van alles, behalve fruit) en trof een leeg zakje. Ehm? Ik had vorige week een nieuwe voorraad van Klazien ontvangen, waar the hell was die?

Ik raakte half in paniek. Ik wil dit experiment per se goed uitvoeren en vrijdag is vrijdag bij mij. Geen dag later. Ik ben tenslotte lichtjes autistisch zoals u weet.

Ik heb het hele huis overhoop gehaald.

Mijn tas -een soort Bermuda driehoek, er verdwijnt van alles in- ging ondersteboven op tafel. Noppes.

De fruitschaal ging op zijn kop. Nada.

Ik ben zelfs naar de ingang van onze portiekwoning gegaan, en heb, als een heuse junk, op mijn kop in de papiercontainer gehangen, graaiend en van alles eruit halend. Misschien had ik het minuscule zakje wel abusievelijk met de envelop van Klazien weggegooid? Helaas. Niets te vinden.

Kut.

Ik stuurde vervolgens om half 7 vanmorgen Klazien een mail (we communiceren gewoon per mail, ik verschijn niet in haar dromen ofzo), legde het probleem uit en verzocht haar als-je-blieft een nieuw zakje te sturen.

Ik checkte voor alle zekerheid haar online agenda, zou je net zien dat ze een weekje vrij had genomen. Ik zag voor vandaag een paar afspraken staan, dus ik ging er vanuit dat ze praktijk heeft.

Maar toen bedacht ik me dat ze misschien wel zélf haar agenda had geblokkeerd, vanwege vakantie.

Ik googelde vervolgens verschillende websites die homeopathische middelen verkopen en mijn nux is gewoon leverbaar, maar omdat het vandaag vrijdag is, zou het pakje pas dinsdag worden bezorgd.

AARRGGH!

Ik vond in onze eigen stad een drogisterij die ook dat soort middelen verkocht. Ik belde ze, geen gehoor. Ik belde nog een keer. Weer niks. Pas bij de derde keer, toen het zweet me uitgebroken was, nam een heel chagrijnige man op (die ik inmiddels “kenner” als ik ben, kan adviseren chamomilla korrels te nemen. Of boswachter worden. Wat een zak) en ik vroeg hem allerliefst of hij nux op voorraad had. Dat had ie, alleen heel lichte druppels. Niet goed genoeg, ik ben een hopeloos geval en slik een redelijk hoge dosering.

Maar hij kon ze wel bestellen voor me, zei hij minzaam.

En zonder tegenbericht kan ik ze morgen einde van de morgen bij hem ophalen.

En mocht ik morgen ook post ontvangen van Klazien, dan kan ik in ieder geval vooruit.

Geen betere raad, dan voorraad.

In dit geval zeker.

Blogestafette.

Door Esther van Cultilicious werd ik getagt voor de Blogestafette met de opdracht: Schrijf een blog met als onderwerp ‘Vijf dingen die je altijd wilde weten over Kliefje… Maar nooit durfde te vragen’ en tag onderop je blog 3 favo bloggers. Deze taggen óók weer 3 man onder hun blog. Etc, etc. 

Esther, gewoon even ál mijn verhalen teruglezen had ook gekund, want behalve mijn pincode en mijn seksleven is echt alles hier al wel voorbij gekomen in de afgelopen jaren… Ik vond het dan ook enorm lastig überhaupt iets te verzinnen, laat staan 5 (!) weetjes. Maar goed: ik snap dat dat nogal een klus is, even een paar jaar aan blogjes inhalen.

U zit natuurlijk niet te wachten op mijn lievelingskleur, wat we eten vanavond en wat mijn mening is over zwarte piet?

Hoe sappiger, hoe beter niet?

Poeh.

Et voila:

  • Ik heb op mijn linkerborst nog steeds een restje tatoeage zitten, ooit, in een ver verleden laten zetten. Het was een roosje, met van die zwarte, dikke, tribal lijnen (was erg hip in het Mesozoïcum) maar na een paar lasersessies, is het meer alsof ik grijsachtige schimmel op mijn decolleté heb. Erg charmant. Vlam zegt dat je het echt alleen maar ziet als je het weet, maar hij zegt ook dat mijn kont niet dik is en hij prees laatst mijn miesoepje de hemel in, terwijl het echt niet te nassen was omdat ik het bouillonblokje vergeten was. Hij is nogal geneigd mijn gevoelens te sparen, de lieverd. In ieder geval: ik moet nog één keertje retour naar de lasermevrouwen. Maar ik ben een beetje schijterig, het doet namelijk behoorlijk pijn. Tóch ga ik, dit jaar nog. Volgend jaar wil ik schimmelloos op het strand in Lloret verschijnen.
  • Ik kan met vlagen enorm onzeker zijn, zelfs naar mensen toe waar ik me het meest op mijn gemak voel. Ineens ga ik dan twijfelen aan mijn kookkunsten, of vraag ik me af of Vlam het wel prettig vindt, als ik hem vastpak. Ik ga dan zelf invullen hoe de ander iets eventueel zou kunnen ervaren. Heel stom en onterecht. Want ik zou inmiddels wel moeten weten dat niemand dat kan.
  • Ik plas meestal met de deur open. Ik slaap naakt met sokken. Ik heb iets van 50 paar schoenen. Ik draag van die hele lelijke grote, zwarte Anni Rolfi onderbroeken, Vlam noemt ze duikpakken. Zo eens/twees per jaar drink ik echt veel te veel en daar baal ik dan achteraf behoorlijk van. Maat houden is lastig voor me.
  • Ik huil vrij veel. Niet alleen als ik verdrietig ben, of gefrustreerd. Ik kan ook janken als een film goed afloopt, als ik muziek mooi vind, als de zon op een bepaalde manier door de bomen schijnt. Ik stapte 2 jaar geleden de Sagrada Familia in Barcelona binnen en de tranen sprongen me in de ogen. Idem dito toen ik in het Dolfinarium een dolfijn door een hoepel zag springen. Ik jankte gezellig mee toen het verzorgpaardje van Jill werd verkocht. Ga maar door…
  • Me dunkt dat ik bij punt 4 u een paar bonusweetjes heb gegeven, dus ik vind het prima zo.

Ik geef het stokje door aan de onderstaande mensen. Niet per se mijn favoriete bloggers, want ik vind veel mensen leuk en lief en iedereen heeft zijn/haar eigen stijl.

Ik nomineer Suske. Omdat het een lieverd is die het soms hartstikke moeilijk heeft. Maar toch overal de humor van blijft inzien. Iets wat ik heel erg waardeer in mensen.

Ik hoop dat Yvon mee wil doen? Leuk/lief mensch. Ik WF me te pletter met haar, onze woorden vliegen elke dag weer zo’n 14.000 kilometer heen en weer. Ik ben altijd weer vol verbazing (en vaak ook walging) over de Chinese cultuur die zij beschrijft.

En het zou erg leuk zijn als Evert mee zou willen doen. Om bij uitzondering iets persoonlijks op zijn blog te willen zetten. Hij was mijn eerste contact via de blogwereld, toen ik in 2008 begon bij blog2blog en inmiddels zijn we vrienden geworden, ook irl. Hij is me zeer dierbaar.

Kom maar op mensen!

Veranderen.

Iemand kreeg na het lezen van mijn blog van gisteren het idee dat ik Vlam wilde veranderen. Ik heb hem rokend leren kennen en nu wil ik ineens dat hij anders wordt.

Dat heeft ze dat echt niet goed begrepen.

Ten eerste laat Vlam zich niet veranderen, hij is nogal -eh- eigengereid. Gelukkig wel, anders zou hij geen dag stand houden naast mij.

En daarbij: Vlam is prima zoals ie is.

Het enige waar hij mee moet stoppen is het kluiven (incluis geluid!) aan zijn nagels. En ik zou het ook erg appreciëren als ie voortaan scheten laat als ik niet in de buurt ben. En als hij inderdaad weer -net als voor ik hem leerde kennen- in cowboylaarzen zou willen gaan lopen, dan ga ik huilen.

Maar het hem verbieden?

Nooit.

Kijk, dat roken is gewoon een lastig puntje. Ik wil a) graag met hem ooit naar Huize Avondrood en dan zou ik hem bij voorkeur niet in een rolstoel met zuurstoftankje willen hebben en b) hij mag doen en laten wat ie wil (zelfs roken) als ik er maar geen last van heb. En een man die stinkend als een bunzing tegen me aan komt liggen in een krakend schoon bed, daar word ik nou eenmaal niet blij van. Understatement.

Als ik morgen ineens besluit nooit meer mijn tanden te poetsen en ik wil wél graag dat Vlam zo nu en dan zijn tong in mijn mond steekt, dan hebben we ook een probleem denk ik. Ik denk dat Vlam ook vraagt (eist waarschijnlijk) of ik alsjeblieft weer iets met Prodent wil gaan doen, niet? Zo moet je het zien en niet anders.

Echt. Ik vind ‘m nog steeds hartstikke leuk. Steeds leuker eigenlijk. Had ik in den beginne nog wel eens last van hem en zijn nogal andere karakter dan het mijne, tegenwoordig begrijp ik hem steeds meer. Ik snap waar bepaald gedrag vandaan komt, houd rekening met dat waar ik hem zwaar mee irriteer en op een enkele hormonale dip na, hebben we eigenlijk zelden of nooit mot.

Ik ben en blijf echter wie ik ben en ik kan me snel storen aan bepaalde geluiden die hij maakt, rommel die hij laat slingeren etc. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik mezelf ook begrijp. Ik heb nou eenmaal een zeer gevoelig zenuwstelsel. Mijn zintuigen zijn erg snel ge- en overprikkeld. Dacht ik vroeger dat ik een zeikerd was, nu denk ik dat ik waarschijnlijk hoogsensitief ben. En dat klinkt een stuk positiever ;)

In ieder geval: van het meeste dat er soms stroef verloopt tussen ons, daar ben ik zelf debet aan. Ik ben stukken lastiger en wisselvalliger en veeleisender dan Vlam.

Nogmaals: Vlam is goed zoals hij is. Zowel hij, als ik hebben inderdaad bepaald gedrag veranderd sinds we elkaar kennen. Voor de ander. Maar doet niet iedereen dat, in een relatie? Water bij de wijn doen? Daar is toch niks mis mee? Ik noem dat gewoon respectvol. Het is een kleine moeite om kleine dingetjes aan jezelf bij te schaven, omdat je de ander daar een plezier mee doet.

Of strijk ik hiermee nou weer alle feministen tegen de haren in?

Meuren.

Ik heb een pesthekel aan mensen die ooit eens iets zelf hebben gedaan, het niet meer doen/ermee zijn gestopt en dan ineens naar andere mensen die nog wél doen wat zij hebben afgezworen, met een vingertje gaan staan wijzen.

Bah!

Ik weiger dan ook mensen die nog wel roken, af te zeiken. Maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het me verschrikkelijk veel moeite kost het niet te doen.

Ik werk in de gezondheidszorg, ik draai elke week een longspreekuur en zie mensen die helemaal kapot gaan aan het roken.

Ik ken helaas ook privé mensen die te lang hebben doorgerookt en daar nu de wrange vruchten van moeten plukken. Longen die naar de kleute zijn, bloedvaten die niet meer kunnen en willen. Benauwdheid en pijn, elke dag. En fors ook.

Toen ik Vlam leerde kennen, rookte hij. Al bijna 30 jaar. Ik rookte toen ook. Zij het sporadisch en pas kort. Ik ben nooit een echte verslaafde geweest. Ik kon genieten van een sigaret na het eten, maar de rest van de dag, taande ik er niet naar. Door Vlam ging ik wat meer roken, maar eigenlijk vond ik het niks.

Toen hij in de zomer van 2011 dan ook voorstelde om te gaan stoppen, was ik daar heel blij mee. Ik heb daarna nooit meer een sigaret aangeraakt, Vlam heeft het er moeilijker mee. Hij vindt het nog steeds lekker en af en toe gaat ie voor gaas.

Op de bouw is hij omsingeld door mannen die roken, dus het is nogal makkelijk om er aan te komen. Hoeveel en hoe vaak hij rookt, geen idee. We praten er niet over. Ik wil het namelijk ook niet weten eigenlijk. Omdat áls ik het weet, ik toch boos word op hem. Ik baal er van dat een intelligent mens als hij, eentje die ook nog eens weet (hij heeft zich meerdere malen laten testen op de praktijk, door mij) dat hij tegen de rand van COPD aanzit, het niet kan laten staan. Hij is 46 en heeft verdomme de longen van een 65-jarige.

Vorige maand waren er 3 vriendinnen bij ons over de vloer, die allemaal roken. Vlam deed helaas gezellig mee. Toen hij op een gegeven moment de 5e aanstak, heb ik er wat van gezegd. Toen we ‘s avonds in bed lagen, heb ik er nóg wat van gezegd. Hij meurde namelijk als een bunzing. Het is niet bepaald aanlokkelijk om gezellig tegen iemand aan te kruipen die je qua geur doet walgen.

Afgelopen weekend was er weer iemand over de vloer die rookte en was hij helaas weer niet sterk genoeg. Toen heb ik er meteen na de eerste sigaret al wat van gezegd. Hij kan potverdomme elke dag, als hij wil, “stiekem” roken, doe dat dan ook als je dat wilt. Maar doe het alsjeblieft niet waar ik bij ben. Ik baal ervan van hij zijn gezondheid op het spel blijft zetten, elke keer als hij een sigaret opsteekt, triggert ie namelijk zijn verslaving, hij komt er zo nooit vanaf.

En daar komt ze weer: ik vind de geur van mensen die roken, steeds goorder worden. Hoe langer ik gestopt ben, hoe erger het wordt.

Het is jammer dat rokers het zelf niet kunnen ruiken. Misschien zouden ze dan wel gemotiveerd genoeg zijn.

Blijkbaar is hun gezondheid alleen niet genoeg.