Emmer.

Mijn emmer loopt bijna over.

Waarom is het in vredesnaam zo dat in de weken laatste voor de vakantie alles tegelijk komt en je het idee hebt dat je gigantisch achter de zaken aanloopt?

Ten eerste is het op mijn werk de afgelopen weken niet bepaald een pretje. Mijn collega Laura heeft thuis behoorlijk wat stront aan de knikker en ze is daardoor niet haar goeie zelf. Ze vergeet heel heel, maakt behoorlijk wat foutjes. Meestal klein, soms groot. Die kleintjes, die los ik op voor haar. En voor die grote krijg ik als degene die het dichtst bij de dokter sta, regelmatig de wind van voren. Op een niet erg sympathieke manier. Mijn werkgever kan heel onaardig zijn, opmerkingen maken die onder de gordel zijn, eeuwenoude koeien uit de sloot halen en daarbij (waarvan ik echt stoom uit mijn oren krijg) zijn stem verheffen en me niet laten uitpraten.

Omdat hij zelf ook enorm aan het stranden in het zicht van de haven is, kan hij niks hebben. Hij ziet alles als een aanval en zoekt spijkers op laag water. Het lijkt er op of hij echt zóékt naar iets waarmee hij je kan bekritiseren.

Vorige week heb ik hem apart genomen en op mijn vooral niet-subtiele Klivia manier gevraagd zijn stinkende best te doen om de laatste dagen voor de vakantie er niet voor te zorgen dat de boel escaleert. Laura en ik kunnen er niets aan doen als mensen over de spoedlijn bellen voor flauwekul. Het is niet onze schuld als ze na 11 uur ‘s morgens nog een visite aanvragen. Of als iemand een enkel consult heeft aangevraagd en met 3 klachten komt. Het heeft nul komma nul zin, ons daarvoor op onze flikkers te geven. Het enige dat hij ermee bereikt, is dat we straks alle drie zo gespannen als een veer op vakantie gaan en we ons teametentje (dat PVD ook nog op de dag voor ik op vakantie zo nodig gepland moest worden en waar ik natuurlijk veel te onrustig voor ben) elkaars bloed wel kunnen drinken.

Gisteren was ik een paar minuten op de praktijk om mijn glucosemeter op te halen, want SchoRo heeft allemaal vage klachten en dacht dat ie suiker had. Ik weet één en ander gewoon aan de stress, maar voor zijn gemoedsrust wilde ik ‘m wel even prikken. Dat op de praktijk komen, had ik beter niet kunnen doen. “Men” had mijn doorgaans heerlijke, lege, overzichtelijke bureau werkelijk helemaal volgestort met dingen die ik nog “even” geacht word te doen voor ik wegga. Ik kreeg er acuut een hoge bloeddruk van.

En toen ik gisteren met een zweethoofd onder de trap alles aan het verplaatsen was, op zoek naar 2 doosjes met wijnglazen die mee moeten naar Spanje en Vlam me nog ging vragen of ik eraan had gedacht SchoRo nog even uit te leggen hoe zijn nieuwe wasmachine werkte, of ik nog een hotelletje wilde boeken voor onderweg en zijn facturen nog wilde maken, dacht ik even dat mijn hart het begaf.

Ik moet nog 3 volle dagen werken en het is de bedoeling dat we zodra ik thuiskom, vertrekken. Het is de vraag of dat samen met Vlam in een auto is, of alleen, in de auto van de begrafenisondernemer…

Oordoppen.

Vorige week blogde ik nog over de televisieherrie en maakte ik gekscherend een opmerking over oordoppen, nu lijkt het dan toch echt te gaan gebeuren: ik stap na het schrijven van dit blogje op de fiets, richting drogist, om die dingen aan te schaffen.

De laatste weken, erger ik me echt rot aan het gesnurk van Vlam. Ik word er gewoon zelfs agressief van en zou die weerloze, arme man het liefste een enorme uppercut willen geven.

Niet kunnen slapen terwijl je hartstikke moe bent, is killing. Echt.

Ik slaap door diverse oorzaken veel minder vast dan dat ik normaal doe. Ik ben ten eerste gewoon supermoe, héél erg toe aan vakantie, ik loop op mijn tandvlees. Ik ben zwaar strandende in het zicht van de haven, zoals elk jaar om deze tijd. En raar maar waar, hoe moeier ik ben, hoe meer druk er op een goeie nachtrust komt, hoe lastiger het wordt.

Vlam heeft de afgelopen weken diverse malen voetbal gekeken in de kroeg en dit vrouwspersoon is zo’n suf exemplaar dat niet lekker slaapt zonder haar man (nooit gedacht dat ik zo zou worden. Zucht.) Daarbij komt er beduidend meer geluid uit hem, als hij gedronken heeft.

Ook zoiets stoms: als ik wijn gedronken heb, dan slaap ik minder goed. Vroeger had ik daar nooit last van, maar sinds ik op leeftijd ben, verander ik in mijn moeder geloof ik.

Vlam heeft altijd al gesnurkt, fors ook. Maar ik ben er in mijn normale doen wel aan gewend. Slaap ik, dan is dat ook nogal vast en hoor ik niks.

Maar als ik eens een rotnacht heb -door één of alle bovengenoemde oorzaken- en wakker lig, dan kom ik met geen mogelijkheid meer in slaap. Het geluid dat hij produceert gaat door merg en been. Hem een duw geven, leidt tot zeer tijdelijke stilte. Meestal draait ie dan in een andere pose, is het een minuutje rustig, maar al vrij vlot begint de ellende weer.

De laatste weken is het dus zoals genoemd hartstikke kleute en verkas ik regelmatig halverwege de nacht naar beneden, naar de bank. Alwaar een zeer blije poes me in haar mandje op zit te wachten. Poezen kwispelstaarten niet, maar Misty zou het zo maar kunnen doen. “Gezellig!”, je hoort het haar denken, “daar is ze weer, het vrouwtje!”

Het vrouwtje frommelt zichzelf dan in een fleecedeken, schikt wat kussens en vertrekt dan vlot naar dromenland.

Ik slaap prima op die bank.

Aan mijn uren kom ik wel, das niet het probleem.

Mijn rug en heupen zijn alleen wat minder blij, die houden meer van ons bed.

En ik vind het stom. Ik heb niet voor niets een vent, dan wil ik er naast slapen ook.

Desnoods dus met oordoppen.

Zal trouwens een charmante boel worden. Ik, naakt, met van die enorme bedsokken en van die fluorgele doppen in mijn oren.

Gelukkig zijn we al getrouwd.

Verzorgpaard.

Een maand of 4 geleden, al samen wandelende, vertelde Jill me dat ze wel heel erg graag een verzorgpony/paard wilde.

Ik was daar zelf meteen wel enthousiast over eigenlijk. Op de manege waar ze inmiddels al bijna 7 jaar les had, was ze namelijk nogal uitgeleerd. Niets ten nadele van die stal, maar het niveau van de beesten dat daar rondhobbelt, is niet om over naar huis te schrijven. Qua dressuur had ze al in geen jaren meer iets nieuws aangeleerd. Buitenritten tijdens de les maken ze daar niet, daarvoor moest je apart iets afspreken. En als ze 2 keer per jaar een sprongetje waagden, was dat veel.

Daarbij was la Bill aan het veranderen in een echte puber. Vastgekleefd aan de bank en vergroeid aan haar tablet. Mijn vaste uitzicht was een berg van fleecedeken waar dan bovenuit een klein stukje Samsung stak. Het liefst stond daarbij de televisie net een tandje te hard op een suffe Disney Channel serie. Ergo: tenenkrommend.

We moesten haar van die bank af zien te lokken.

Vlam had het liefste gezien dat ze een teamsport was gaan doen, maar stuitte daarbij op een enorme muur van weerstand.

Omdat mijn dochter in heel veel opzichten op mij lijkt, snapte ik dat wel. Met een vast clubje op een vaste dag, samen iets met een bal doen? Brrrr….

Jill ging op Marktplaats op zoek naar een beest waar ze haar liefde op kon botvieren.

We kwamen er achter dat het, hier in de Randstad, heel normaal is dat je betaalt voor het verzorgen van een paard. Raar maar waar…

Daar waar ik vandaan kwam (Goeree Overflakkee en Zeeland), waren er meer paarden dan meisjes, hier is dat andersom.

Jill vond vrij vlot een leuk paardje op zo’n 10 minuten fietsen van ons huis en we gingen kennismaken met beest en eigenaresse.

Het klikte.

We spraken af dat we voor 2 dagen per week 60 euro zouden betalen. Nu waren we per maand voor 4 lessen datzelfde bedrag kwijt en was ze 4x een uurtje onder de pannen. Nu 8x een paar uur. Veel geld, ben ik met u eens, maar het is nou eenmaal geen goedkope hobby.

En mán, wat hebben we ervoor terug gekregen. Een actieve dochter, eentje die inmiddels niet 2x in de week, maar wel 4x lekker bezig is en enthousiast thuiskomt. Soms komt ze van de stal naar ons huis rijden en staat ze ineens onder ons balkon. Helemaal te glimmen van trots en blijdschap.

Daarbij heeft ze in de afgelopen maanden veel meer geleerd dan in jaren op die manege. Longeren, uitmesten, voeren, wondverzorging, onderhouden van het tuig, zonder begeleiding buitenrijden…

En last but not least: zijn ze niet leuk samen?

jillfayat3fayat3

Eigenwijs.

Mannen zijn allemaal, zonder enige uitzondering, zó verschrikkelijk eigenwijs. Om moe van te worden, soms.

En die van mij heeft het zo ongeveer uitgevonden.

Hij neemt zelfs mondjesmaat van mij medische tips aan, terwijl ik -durf ik te stellen- best kundig ben ik wat ik doe. Op bepaalde momenten trekt hij zelfs mijn tips en ideeën in twijfel. Toen ik hem leerde kennen, was het helemaal verschrikkelijk, toen zat hij nog zwaar onder de medische plak van zijn moeder, die een fanatiek reiki-kruiden-smeerseltjes-kruiderij type is. Prima ook. Maar ik ben van de reguliere geneeskunde. Logisch ook, want ik verdien er al een jaar of 11 mijn brood mee.

Toen Vlam gestrekt lag, met ziekenhuisbed in de woonkamer, vanwege een hernia, heb ik écht het puntje van mijn tong eraf moeten bijten en me kapot lopen ergeren. Vlam drenkte lappen in wonderolie en bond die om zijn rug, terwijl zijn moeder de boel in instraalde.

Als het zo simpel was (I wish!) dan zaten alle neurochirurgen die nou weet ik hoeveel per jaar verdienen op al al die mensen met hernia’s, nu met een uitkering thuis, duimen te draaien in plaats van ruggen te fixen.

In ieder geval, terug naar het verhaal:

Gisteren kwam Vlam thuis met een rood oog. Staalsplintertje dat onder zijn bril door, zo zijn oog in gevlogen was.

Hij zei dat het wel meeviel, dat hij dat zo vaak had.

Oké.

Een paar uur later zat hij er wel heel erg veel in te wrijven en kwam er ook rommel uit het oog.

Ik vroeg hem vriendelijk edoch dringend even naar de huisartsenpost te gaan, even er naar laten kijken en een receptje chlooramfenicol halen. Zo gebeurd, erg belangrijk. Ik bekeek het oog nader en zag naast de iris een beschadiging.

“Als jij niet belt, doe ik het wel even” zei ik.

Toen pakte hij zijn telefoon.

“Is het erg druk bij jullie? Want als dat zo is, heb ik geen zin om te komen” zei Vlam. De toon was al gezet. Lekkere binnenkomer. Vlam legde uit wat er aan de hand was. En de assistente aan de andere kant vertelde hem dat hij met ogen geen risico moest nemen (iets dat ik hem natuurlijk ook al tig keer heb gezegd) en gewoon zijn oog door een arts moest komen laten beoordelen.

Hij maakte een afspraak, ging zich boven even snel omkleden en met een kus en een laatste zeer vuile blik naar mij, vertrok ie.

Een goed half uur later was hij weer thuis, met oogpleister en de eerder genoemde zalf. Er zat inderdaad een forse beschadiging die behandeld moest worden.

Ik ga straks op mijn werk nog maar een tubetje van die zalf bestellen, voor in de EHBO koffer bij ons thuis. Scheelt weer discussies, vele diepe zuchten en die vuile blik. De volgende keer als er een splintertje in zit, zeg ik niks, maar val ik gewoon aan vanuit zijn dooie hoek en spuit ik uit het niks een flinke toef zalf in zijn oog.

Lijkt me de meest makkelijke weg.

Vader.

Ik heb een vader. Ergens in Zeeland. Ik heb hem nu alweer 8 jaar niet gezien.

Toen ik 4 was, gingen mijn ouders uit elkaar en heb ik hem tot mijn zestiende misschien 3 keer gezien. Hij had het namelijk zó zwaar na de scheiding, kon het niet aan ons te zien huilen. En dus bleef ie maar weg.

Op een gegeven moment was ik wel nieuwsgierig naar hem, ik belde hem, maakte een afspraak en zus en ik bezochten hem thuis, bij zijn nieuwe gezin. We wisten he-le-maal niks van elkaar, er was ook geen enkel raakvlak.

Zo aten we de eerste avond bij hem gourmet en stond er paardenvlees op tafel. Terwijl zus en ik al jaren paardreden en idolaat waren van die beesten.

We waren ook “iets” recalcitrant en zwaar zoekende. Hij begreep dat niet, kon er slecht mee omgaan. Had hij het iets minder druk gehad met zichzelf, iets meer aandacht aan zijn dochters besteed, dan had hij kunnen zien (en ingrijpen?) dat bij ons thuis, waar dankzij een zuipende stiefvader met losse handjes, de boel aardig aan het ontsporen was.

Na jaren proberen en aftasten en concessies doen, waren we er nog niet. Ik begreep hem niet, vond zijn humor niet leuk, we hadden op intellectueel gebied geen match, we deelden geen geschiedenis samen. Er was bedroevend weinig tussen ons.

Daar kwam bij dat ik zijn vrouw, een heuse borderliner met moeilijke trekjes en zeer wisselend gedrag, erg vermoeiend vond. (Understatement.)

Op het laatst ging ik met buikpijn naar hem toe.

Er kwam op een gegeven moment een discussie, ik heb expres de boel laten escaleren en via zijn vrouw, liet mijn vader weten dat het over was. “Hans zegt nee”, scheef ze me.

Prima.

Ik heb ‘m nog geen dag gemist.

Vorig jaar oktober verscheen ie via familieleden ineens op Facebook.

Jill vroeg me of ze hem als vriendje mocht toevoegen en ik vond dat oké.

Er volgde wat chit chat tussen die 2 en vlak voor de kerst stuurde “opa” haar een bericht, hij wilde graag een mooi kado voor haar kopen. Jill mailde zonder overleg met ons, uit zichzelf, heel volwassen terug dat ze niets wilde hebben, ze had alles al wat haar hartje begeerde. Hier thuis hebben we haar daarvoor geprezen, heeft die opvoeding toch nog zijn vruchten afgeworpen. Ik was erg trots op haar.

Hans heeft dat antwoord diezelfde minuut nog gelezen en is er nooit meer op teruggekomen.

Toen ze 3 maanden later jarig was, feliciteerde hij haar.

En dat was het. Hij vond niks leuk wat zij plaatste, reageerde nergens op.

Tot 2 weken geleden. Toen mailde hij haar dat hij haar graag eens zou ontmoeten, mits zij dat ook zag zitten.

Jill antwoordde wederom heel volwassen dat ze daar even een weekje over na wilde denken.

En gisteren stuurde ze hem terug dat ze hem inderdaad ook wil ontmoeten. Op haar voorwaarden; hier, in onze woonplaats, na de vakantie, en Vlam gaat mee.

Ik blijf thuis, bemoei me nergens mee en hoop dat ie haar niet gaat teleurstellen, net zoals hij mij dat tig keer heeft gedaan.

Want daar is ie het allerbest in.

Paps.

Vakantievoorbereidingen.

We gaan bijna op vakantie!

Ik moet nog totaal zessenhalve dag werken en dan gaan we op pad. Vlam “mag” nog zeven dagen en Jillebil is al wéken halfzacht naar school aan het gaan en heeft niks spannends meer op het programma staan.

En dan is het zover.

Jill vliegt op een woensdagmorgen al vroeg vanaf Rotterdam airport, samen met vriendin Els, naar Montpellier. Ik werk die dag nog, Vlam pakt de auto in en zal de laatste voorbereidingen thuis treffen en dan volgen Vlam en ik die woensdag einde van de middag per auto. En we treffen elkaar ergens op een donderdagochtend-middag aan de Franse kust.

We hebben namelijk kaartjes voor de Carmina Burana! Mijn lievelingsstuk.

Vriendin Els, 70+, ken ik vanaf 1995, toen ik voor haar en haar man ging werken in hun restaurant. Ik raakte -toen ze hun zaak verkochten en ik een andere baan vond- bevriend met ze en inmiddels behoort Els wel tot één van mijn lievelingsmensen. Niek is helaas bijna 4 jaar geleden overleden.

In ieder geval: Niek en Els waren ooit, jaren geleden, in het amfitheater in Orange, als bezoekers van het museum en waren voornemens nog een keer terug te komen als er een opera zou worden opgevoerd. (Een paar weken per jaar is dat namelijk het geval. Klik!) Helaas is dat er door Nieks ziekte nooit meer van gekomen.

En dus hebben we Els gevraagd ons te vergezellen.

Na de voorstelling rijden we terug naar Montpellier, slapen we daar nog één nachtje, vervolgens brengen we vrijdagmorgen vroeg Els naar het vliegveld en rijden we zelf, via een omweggetje en een extra nacht, naar Lloret de Mar waar we vanaf zaterdagmorgen ons huisje kunnen betrekken. Daar waren we vorig jaar ook al en dat beviel ons prima.

Het grote aftellen is begonnen.

Jill en ik hebben ter voorbereiding gisteren onze bijna verlopen ID kaarten opnieuw aangevraagd.

Je zou het niet zeggen aan de foto’s, maar we hebben ver-schrik-ke-lijk veel zin in onze vakantie… Echt.

20140703_143036 20140703_143355 20140703_144156