41!

Gisteren ben ik 41 geworden.

(Kom maar door met die felicitaties, virtuele kadootjes, al die kussen en slingers. Van mij mag het nog…)

Vlam en ik hebben ter ere van mijn verjaardag de zater- plus zondag doorgebracht Maastricht. Het plan was eerst om naar Antwerpen te gaan, maar omdat mijn moeder aan huis kwam oppassen in plaats van bij haar zelf thuis, besloten we een heel andere richting op te rijden.

Maastricht it was.

Er was van te voren een hotelkamer gereserveerd, en een tafeltje bij een leuk restaurantje besproken.

Er was heel veel voorpret en op de dag zelf bleken de weergoden ons ook nog eens gunstig gezind.

Goed: eenmaal aangekomen in Mestreech reden eerst even naar het hotel en parkeerden de auto in de garage aldaar.

Daarna zijn we meteen richting centrum gewandeld. Het plan was om koffie te gaan drinken, maar dat mislukte jammerlijk. Om iets voor 12-en zaten we aan de witte wijn en garnaalkroketten op een terras op het Onze-Lieve-Vrouweplein. We hebben de rest van de middag overal en nergens gelopen, we hebben wat gewinkeld, het Vrijthof bezocht, en zijn uiteindelijk weer neergestreken op een ander terras alwaar we heerlijk onder de terraswarmers nog wat wijntjes en een aanzienlijke hoeveelheid bittergarnituur hebben weg zitten werken. Einde van de middag wandelden we over de Sint Servaasbrug weer terug naar ons hotel. Daar hebben we zoals 2 oude hekken betaamd, even een uurtje op bed gelegen om bij te komen. Ruim 11 kilometer lopen, gaat je niet in de koude kleren zitten als je al 41 bent, tenslotte.

(Btw: op de hotelkamer hadden de dames van de receptie een fles wijn met 2 glazen en een briefje om me te feliciteren neergelegd, heel erg attent.)

Om een uurtje of 7 hebben we ons allebei opgekalefaterd en wandelden we, -ik op mijn nieuwe hakken (dank je wel mam!)- weer naar de andere kant van de Maas om een “hapje” te gaan eten.

Ongeveer 4 uur later verlieten Vlam en ik met 6 gangen en bijpassend wijnarrangement in onze mik het restaurant.

Na een korte tussenstop in een kroeg en 1 trippeltje later, wandelden we het laatste stukje terug naar het hotel alwaar we als blokken in slaap vielen in een werkelijk zalig bed.

De volgende morgen na een prima ontbijtje checkten we uit, kregen ter verhoging van de feestvreugde van het hotel nog een vlaai mee, en reden we weer terug naar de Randstad.

Mijn verjaardag was top.

En Maastricht is top.

En gelukkig hebben we de foto’s nog…

maas1 maas3 maas4

Schoonmakerij.

Ik ben een huisvrouw van likmevestje. Elke donderdagmiddag als ik uit mijn werk kom, pak ik Pledge, stofzuiger, dweil en stofdoek en ga ik aan de slag.

Zuchtend en steunend en vooral heel erg balend pak ik de hele eerste verdieping aan. In pak ‘m beet 2 uur ga ik echt als een tornado door ons huis.

En en passant werk ik alle was even weg.

De badkamer schoonmaken doe ik eens in de 3 weken. Ik stap dan nakend en gewapend met chloor en sponsjes naar binnen. De voegen spuit ik in met HG tegen schimmel (driewerf hoezee voor onze inpandige badkamer zonder afzuiging) en ik ga op mijn knieën met de allesreiniger langs randen en door hoekjes (u wilt niet weten hoe dat eruit ziet. Dat Vlam me überhaupt nog aantrekkelijk vindt.) Na afloop spoel ik het hele zaakje incluis mijzelf met de douche af. Enigszins stoned van de chloordampen, verlaat ik dan weer mijn badkamer.

Om de dag spuit in rijkelijk de Dasty over het gasfornuis en neem ik de omliggende tegeltjes af.

Tussendoor ruim ik heel veel op. Ik kan niet tegen rondslingerende schoenen, kleding over stoelleuningen, vaat op het aanrecht of tijdschriften op tafel. Alles heeft vaste plekken en daar leg ik ze tig keer per week weer terug. Rotzooi maakt me erg onrustig.

Ons huis is redelijk schoon. Absoluut niet spic en span. Ik denk dat de gemiddelde (schoon)moeder er haar neus wel voor ophaalt, maar mij zal het jeuken. Ik werk 30 uur per week, heb daarbij nog een aantal hobby’s, wat gezinsleden en vrienden die aandacht willen/verdienen. Die zaken hebben voorrang op een blinkende keuken. Er zijn echt belangrijker dingen in dit leven dan een proper huis.

De verdeling qua huishoudelijk werk is hier redelijk oneerlijk. Ik doe het meeste. (Lees: alles.) Dat is overigens mijn eigen vrije keuze. Om de simpele reden dat ik minder uur werk dan Vlam. En omdat ik nul zin heb om in het weekend zoiets stoms als huisvrouw spelen, te doen.

Weekenden zijn er om uit te slapen, gezellig te ontbijten, boodschapjes te doen, sociale contacten te onderhouden en bij te komen. Niet om samen aan het dweilen te slaan. Vlam heeft al tig keer aangeboden het samen te doen, maar dat wil ik per se niet.

Ik merk wél dat ik de laatste maanden steeds meer tegenzin ontwikkel. Ik kan donderdagmorgen op mijn werk, er echt al enorm tegenop zien dat ik ‘s middags wéér aan de huishoudelijke bak kan.

Het is ook zulk verschrikkelijk, ontzettend ondankbaar klotewerk.

Ben je net klaar met dweilen, komt dochterlief met vieze schoenen thuis of kotst Misty op het laminaat. Is de wasmand net leeg, flikkert Vlam al zijn werkkleding er in.

Op Facebook zie ik de laatste tijd steeds advertenties langskomen van allerhande bedrijven waar je voor pak ‘m beet 13 euro per uur iemand kunt inhuren die al die K klusjes voor je kan doen.

Is het heel erg decadent als ik het gewoon eens zou gaan doen? Iemand inhuren terwijl ik “maar” 30 uur in de week werk?

Ik twijfel enorm…

Zoutig.

Omdat het de afgelopen maand even weer wat minder met me ging, mailde ik Klazien uit Zalk.

Au secours!

(De hormoonheks heeft overigens zich niet laten zien, die heb ik verslagen lijkt wel. Ding-dong.)

Dit keer was ik een hoopje huilende niks. Ook leuk.

Als iemand alleen maar “boeh!” tegen me zei, barstte ik al in snikken uit. Vlams borsthaar is menigmaal nat gesnotterd. Ik voelde me zo ontzettend sip en onzeker, niet normaal. Alles wat tegen me werd gezegd, werd van opbouwend naar afzeikend verbogen, alles voelde als een aanval.

Klazien stelde voor de Nux zo te houden zoals ie was, alleen op de 5e dag van de cyclus en er elke week 1 korrel natrium muriaticum (= gewoon zout) bij te nemen.

Uiteraard heb ik gegoogeld wat er deze keer weer “mis” met me was.

A lot.

De voornaamste karakteristiek van de natrium persoon is het emotionele conflict van hun persoonlijkheidsintegratie. Ze weren af. Vrijwillig of onvrijwillig ontwikkelen ze een afkeer voor gezelschap. Ze willen niet kwetsen maar zeker niet gekwetst worden. Daarom bouwen ze een muur om zich heen. Net zoals het vasthouden van vocht houden ze lichamelijke maar ook emotionele pijn vast. Indrukken worden diep geabsorbeerd en op een krampachtige manier vastgehouden. Dat kunnen positieve indrukken zijn maar ook negatieve. Ze hebben enorme problemen om hun gevoelens te uiten. Alles wordt opgekropt. Ze vergeten nooit wat hem door wie is aangedaan, kan het maar niet van zich afzetten. Voor dit type heelt tijd niet alle wonden. In tegendeel zelfs, tijd laat alle kwetsuren uit- kristalliseren. Van nature zijn natrium mensen zeer serieus. Ze zijn vaak ‘’einzelgängers”. Ze zijn behoorlijk gereserveerd en kunnen de grootste tegenslag schijnbaar stoïcijns verdragen. Ze lijken onverstoorbaar en onbewogen, maar dat is slechts schijn. Ze worden diep geraakt door problemen van anderen. Vaak verbergen zij hun kwetsbaarheid achter een masker en willen krachtig overkomen. Ondanks zijn zware uitstraling is een de natrium patiënten doorgaans erg aardig personen. Ze houden er hoge morele waarden op na en zullen anderen niet zo snel kwetsen. De essentie van een natrium muriaticum persoonlijkheid is gelegen in het niet meer doorstromen van emoties. Er treedt een stagnatie op waardoor iemand in een soort bevroren emotionele toestand komt te verkeren. Hoe hij het ook probeert, hij kan zich op geen enkele manier meer bevrijden uit het verleden.

Tsja. Uhm.

Ik kan me ook hier wel weer deels in terugvinden. Maar is bovenstaande tekst niet zoals een daghoroscoop? Iedereen kan er altijd wel iets uithalen wat voor hem/haar van toepassing is? (Zo las ik een week of wat geleden dat ik op moest passen voor mannen met snorren. Het is pvd movember, het sterft van de mannen met snorren! Ik loop de hele dag over mijn schouders te kijken.)

In ieder geval: ik neem dus maar als een echte natrium patiënt de bovenstaande tekst met een enorme korrel zout.

Als het helpt me deze cyclus door te komen, als ik me deze maand niet zo hoef te voelen als de afgelopen maand, dan vind ik het prima.

Wordt wederom vervolgd…

Meningsverschil.

Een week of wat geleden, terug naar huis na mijn laatste nascholing, kwam het gesprek tussen mijn werkgever en mij op het fenomeen “e-learning”.

Iets relatief nieuws. Je schrijft je in voor een online nascholing en kunt deze volgen wanneer je daar in en of tijd in/voor hebt.

Je luistert naar een over het algemeen nogal suffe tekst die op het niveau van een niet op al te hoog functionerende verstandelijk gehandicapte is, beantwoordt een paar voor de hand liggende vragen die veelal als pré-toets dienen en na afloop doe je “examen”. En dan ben je klaar. Het bewijs van deelname volgt meestal per ommegaande als PDF bestand in je inbox en klaar is Kees.

Ik vind het stukken prettiger om op het gemakkie, aan je eigen bureautje te zitten, dan op een avond, na een lange werkdag, in een zaaltje van een derderangs hotel zitten en voor de tigste keer een “Groundhog Day” te beleven.

In ieder geval: ik vertelde mijn werkgever dat ik blij was dat voor ons nieuwste project, hart- en vaatziekten, hij als arts een fysieke nascholing moest volgen en dat voor mij, als praktijkondersteuner, een e-learning was gecreëerd.

“Dan kan ik die in ieder geval gewoon tijdens werktijd volgen, als ik het een keertje rustig heb” zei ik nog.

“Wat?” zei mijn werkgever, “Doe je die in “mijn” tijd?”

Ik beaamde dat, ik doe alle nascholingen namelijk onbetaald, in mijn vrije tijd. En zéker niet voor mijn lol. Volgens mijn werkgever zag ik één en ander verkeerd. Ik deed die nascholingen voor mezelf, voor mijn eigen ontwikkeling.

Right.

Ik schiet er inderdaad enorm wat mee op om verplicht elk jaar zoveel uur voor de inmiddels 7e keer (zolang ben ik nu praktijkondersteuner) wederom naar een vooral niet boeiend vertellende longarts te luisteren die voor de zoveelste keer hetzelfde vertelt.

Daar prikkel ik mijn hersenen enorm mee.

Ik doe nooit moeilijk over die nascholingen, ik doe ze met “liefde” in mijn vrije tijd. Ik heb namelijk een zeer coulante werkgever bij wie ik geen 5 weken doorbetaalde vakantie per jaar heb, zoals een gemiddeld mens dat heeft, maar ik denk wel 8. We zijn sowieso elk jaar 5 of 6 weken gesloten in verband met vakantie. Dan komen er voor mij nog extra vrije dagen bij als hij ziek is, als hij verplicht moet uitslapen na een nachtdienst of als hij zelf een nascholing heeft, tijdens kantooruren. Ik mag namelijk geen medische handelingen uitvoeren zonder arts in the house, dus als hij er zelf niet is, dan geeft hij me gewoon doorbetaald vrij.

Maar áls ik dan eens een keertje een e-learning volg, én deze in de tijd van de baas doe, dan vind ik niet dat ie daar over moet zeuren.

Het laatste woord is er nog niet over gezegd.

Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om u mee te laten genieten van mijn laatste e-learning, eentje over het maken van een uitstrijkje, in het kader van het bevolkingsonderzoek.

Ik begrijp het als u afhaakt, je moet namelijk toch een bepaalde intelligentie bezitten om één en ander te snappen. Misschien is het te hoog gegrepen voor u.

Zucht…

speculum
clitoris

Ziekzijn.

Gisteren heb ik een dag op de bank doorgebracht in plaats van op de praktijk aan mijn bureau.

Maan- op dinsdagnacht werd ik wakker van een gemeen stekende pijn rechtsonder in mijn buik. De pijn was pulserend en kwam in aanvallen. Stilliggen bleek onmogelijk en omdat ik Vlam zijn welverdiende nachtrust gunde, ben ik verkast naar de bank. Alwaar een hele blije poes van een kilo of 7 me meteen besprong. Op mijn buik. Heel fijn.

Een paar uur later lag ik nog steeds wakker én redelijk te creperen.

Door alle enge verhalen die ik elke dag weer aanhoor en meemaak, checkte ik even één en ander. Geen koud been, geen aneurysma dus. Niet misselijk en geen braken en geen koorts: geen blinde darm aanval. Geen onrustige buik: geen koliek. Maar wat was het dan wel?

Geen idee. (Nog steeds niet.)

In ieder was het geval verdomd pijnlijk.

Vlam stond om half 6 naast me en sommeerde me naar boven. Ik heb daar nog een poosje liggen wiebelen en de pijn liggen wegdenken en toen ging de wekker. Ik moest actie ondernemen om me klaar te maken voor de aankomende werkdag, maar in plaats daarvan was ik verstandig, whatsappte ik de echtgenote van mijn werkgever en meldde me ziek.

Voor de eerste keer dit jaar.

Ik las mijn berichtje nog even na voor ik het verstuurde en zag tot mijn verbazing dat er 2 keer ‘sorry’ in het kleine stukje tekst stond. Ik wiste die woordjes en verstuurde het bericht.

Wat is dat toch voor kolder? Als ik me nou te pas en te onpas en bij elke scheet die dwars zat ziek zou melden, had ik er een reden toe gehad. Maar dat doe ik dus niet. Ik ben sowieso zelden ziek. En áls ik me al niet lekker voel, ga ik meestal gewoon aan de arbeid. Ibuprofennetje in mijn mik, schop onder mijn hol en gaan.

Hell, ik heb een jaar of 6 geleden, toen ik matig/ernstig depressief (ik verzin het niet, diagnose van de psychiater) was én een burn-out had, nog gewoon doorgewerkt. Zonder 1 dag te skippen.

(Zoekende op Google las ik trouwens dat een gemiddelde werknemer per jaar 12 dagen ziek is. Dat aantal heb ik nog nooit gehaald. Ik denk dat ik over die 12 dagen 5 jaar doe.)

Terug naar gisteren: begin van de middag ebde de pijn weg en heb ik serieus nog overwogen op de fiets te springen en nog even een paar uurtjes te werken. Omdat ik weet dat als ik er niet ben, mijn collega Laura het haas is en over kan werken. Ze heeft nogal vervelende thuissituatie op dit moment, veel stress, en ik probeer haar te ontzien.

Gelukkig won mijn ratio het van de emoties, zette ik nog een zoveelste aflevering van “Once upon a time” aan, schonk nog wat thee bij en wikkelde me nog even extra strak in een fleecedeken.

En toch lag ik niet lekker rustig.

Te triest voor woorden eigenlijk. Vrouwen en hun eeuwige schuldig voelen.

Fleurig.

Ik heb niks met bloemen.

Nou ja: ik vind ze prachtig. Vast aan een plant, met hun voeten in de aarde. Niet stervend in een vaas.

As I write, kijk ik tegen een e-nor-me bos bloem aan. Met bessen en bladeren en een amaryllis. Die ook naar mij kijkt. Zaterdag gekregen van mijn nicht. Ontzettend attent en lief enzo, maar het is niet mijn ding. (Sorry dear!)

Begin deze maand, was ik 9 jaar in dient van mijn huidige werkgever en kreeg ik als blijk van waardering een enorme bos chrysanten. Ik verslikte me bijna, toen ik ‘m in mijn handen gedrukt kreeg. En niet van ontroering.

Ik ben terstond naar een secretaresse van de fysiotherapeuten uit hetzelfde gebouw gelopen en vroeg of ze van bloemen in een bos hield. Dat deed ze. Mooi. Ik duwde de oranje apparaten in haar handen en fluisterde dat ze ze wél moest verstoppen voor mijn werkgever. Samenzweerderig verdween de bos drie keer niks onder haar bureau. Zij blij, ik blij.

Eén van zijn vorige bossen, is wel mee naar huis genomen (ook zo over nagedacht: iemand die altijd met de fiets is, een reusachtige bos bloemen geven), maar die heb ik gestript tot er over bleef was ik mooi vond. Een klein bosje van allemaal dezelfde soort. De rest is over de rand van het balkon gekieperd.

Toen ben ik de volgende dag naar de bloemenwinkel gefietst waar hij altijd zijn bloemen koopt (kennissen van hem) en heb ik gevraagd of ze bij een volgende gelegenheid alsjeblieft wilden onthouden dat ik louter en alleen van één soort per vaas houd. Dat hebben ze onthouden, getuige de bos chrysanten. Zucht.

2 maanden geleden kwamen en 3 vriendinnen eten en ik heb ze van te voren gemaild: jullie mogen niks meenemen! Houd dat geld lekker in je eigen portemonnee. Het is niet aan mij besteed, die (te dure) bossen.

Vlam vindt het wel eens lastig: mijn aversie tegen geboste bloemen.

Voor zijn vorige liefde, kocht Vlam namelijk elke week een bos bloemen. Van mij mag hij dat niet. Ten eerste omdat als ik elke week, op een vast tijdstip, hetzelfde krijg van iemand, er wat mij betreft geen aardigheid meer aan is. Ik vind dat net zoiets als “woendag, gehaktdag.” Zo voorspelbaar als wat.

Ten tweede wil ik graag dat ie zich bij mij anders gedraagt als bij haar. Ik vind elke week een bos bloemen niet attent, maar verplicht. Ik hoef niet gepaaid, of tevreden gehouden worden. Ik ben het al. Als je me dan tóch graag eens iets extra’s wilt geven: ruim dan een keer uit jezelf de vaatwasser uit, denk ik dan.

Ten derde (en er zit echt helemaal niks Feng Shui’s in me) vind ik bloemen in een vaas niet bepaald positieve energie uitstralen.

Meestal slaat na een dag of wat het verval al toe. Begint er hier en daar wat te hangen, komt er een toefje bruin, gaat het water rieken.

Een maand of 3 geleden, we hadden door mijn hormonale schommelingen, relatietechnisch ook een kleine dip, en kocht de lieverd, tóch een bos rode rozen voor me.

Die na 3 dagen allemaal hun kopjes lieten hangen.

Ik hoop niet dat één en ander symbolisch bleek voor onze relatie.

(Overigens was Vlam enigszins argwanend. “Je hebt zeker iets door het water gedaan hè?” zei hij, me minutieus opnemend.)

Passend.

Vandaag zijn we 2 jaar getrouwd.

Ik werd vanmorgen wakker van Vlam die me tig kusjes in mijn nek gaf en zei “Gefeliciteerd schat. Ik hoop dat ik nog heel veel jaren naast je wakker mag worden…”

“Graag” zei ik, uit de grond van mijn hart.

Want dit is ‘m. The one.

En ik ben die van hem.

En we kunnen het weten, want we hebben allebei héél veel en grondig vergelijkend warenonderzoek gedaan tot we elkaar digitaal tegen het lijf liepen.

Vlam nog “iets” meer dan ik. Ik ben getrouwd met de Julio Iglesias van de Haaglanden, echt. Hij heeft wel eens gekscherend gezegd dat hij alles mee naar huis nam, als het maar een hartslag had.

En hij heeft een nogal wild stapverleden op zijn naam staan. Iets met sloten drank en kilo’s drugs.

Dat het niet overdreven was, wat hij me verteld heeft, werd nog weer eens vrolijk bevestigd toen we vorige week vrijdag op de verjaardagsreceptie van een oude vriend van Vlam waren. Vlams voltallige oude hockeyteam was daar ook aanwezig en de verhalen waren niet van de lucht. Ze pleurden bijkans om toen ik ze vertelde dat ie tegenwoordig op jaarbasis ongeveer 4 avonden de hort op is en de rest van het jaar gewoon op de bank ligt, (met zijn hoofd op mijn schoot. Dat laatste stukje heb ik maar weggelaten, ze zouden het besterven denk ik.)

Ik zie mezelf bepaald niet als een soort leeuwentemmer ofzo. Die verandering is vanuit hemzelf gekomen. Mensen worden doorgaans ouder en rustiger. Niemand houdt het vol om avond in, avond uit, de hort op te gaan.

Ik was er vroeger ook eentje, sloeg regelmatig een nachtje over en zag het zeker 4 dagen in de week licht worden. Zowel binnen door de TL balken die aangingen in de kroeg, als buiten, door de opkomende zon. Dat zou ik niet meer kunnen, ik zou overlijden denk ik. Toen ik in 2000 Jill kreeg, heb ik mijn stapschoenen aan de wilgen gehangen en werd ik noodgedwongen een huismus. Zo ongeveer het beste wat mij (en mijn lever) ooit is overkomen.

Tot een jaar of 6 geleden kon ik nog steeds een aardige bak wijn wegtikken en werd ik redelijk fris en fruitig wakker. Doe ik dat nu, dan heb ik een dag of wat het gevoel alsof ik een naar virusje onder de leden heb. Spierpijn, rillerig. Ik kan amper meer denken, heb een kop vol watten en spijt als haren op mijn hoofd. Ik houd het dan ook op een keer of 3 op jaarbasis dat ik écht los ga.

En sinds een aantal maanden zijn we pas echt gezapig geworden en liggen we op doordeweekse avonden -omdat Vlams wekker om half 6 afgaat en we anders structureel op weekbasis een paar uur slaap tekort komen- om half 10 op bed.

Laat ze dat maar niet horen, die hockeymannen.