Kogel.

De kogel is door de kerk.

U zult het wellicht al wel hebben zien aankomen, maar ik heb geen zin meer om te bloggen.

Ergens in juni ofzo verging me ineens de lust. Uit het niks.

In plaats van dat ik de blogjes binnen 5 minuutjes uit mijn mouw schudde, wist ik van gekkigheid niet meer wat ik moest schrijven en bleef ik er maar tegenaan hikken. Had ik normaliter een map vol concepten, nu was het zomaar hartstikke moeilijk om überhaupt een onderwerp te verzinnen.

‘Het gaat wel weer over’, was wat ik dacht en plande mijn zomerreces.

Ik had bedacht dat ik na 2 maanden wel weer genoeg schrijfvoer zou hebben, maar dat was geenszins het geval. Niks, noppes, nada had ik u om te vertellen. 

‘Het komt vast wel weer’ was wat ik dacht en zat er vervolgens bijna elke morgen tegenaan te hikken.

Ik geen GEEN idee hoe het komt, zomaar ineens.

Ik ben nog steeds hetzelfde mens, maak veel/genoeg mee. Ik heb alleen geen zin meer om daar elke dag een verhaaltje over te schrijven. Het is geworden zoals Evert me gisteren op een terras in Den Haag vertelde, de reden waarom hij er mee gestopt is. ‘Bloggen is gaan voelen als werken”. En dát lieve mensen, lijkt me niet de bedoeling van een hobby.

Na 5 jaar, 6 maanden en 19 dagen is de koek op.

Kliefje.com ga ik voorlopig/langdurig/wie weet voor altijd in de wilgen hangen.

Ik wil u allemaal enorm bedanken voor de reacties, het meeleven, de support die ik hier, maar ook achter de schermen heb mogen ontvangen. Ik heb zoveel leuke, lieve mensen leren kennen in de afgelopen 5 jaar. Mijn privé Facebook pagina bestaat voor een groot gedeelte uit mensen die ik niet eens irl ken maar waarmee ik enorm leuk contact heb. Wát een erfenis! Ik hoop daar nog lang op te kunnen teren.

Zeg nooit, nooit. Wie weet gaat het ooit weer kriebelen. Borrelen de verhalen ineens weer in me op. En dan meld ik me heus wel weer. Maar zoals het er nu naar uit ziet, kan ik dat me niet voorstellen en is mijn beslissing definitief.

Dit afscheid typen voelt stiekem zelfs een beetje als een opluchting, weet u dat? Zo hoog zat het me. Ik wilde er niet mee stoppen, moest doorgaan van me, dit zou vast wel een tijdelijke dip zijn. Nee dus. Hij is er al verdomd lang en ik ben het zó enorm zat.

Ik zal het niet langer rekken: ik ben weg en het ga u goed!

Toedeloe!

Bullet

Stoppen

Als deze dag voorbij is, heb ik precies een jaar lang niet gerookt. Jarenlang heb ik simpelweg geaccepteerd dat ik verslaafd was en had ik er zo weinig fiducie in dat het mij zou lukken ermee te stoppen, dat ik er niet eens aan begon. Daar kwam nog bij dat ik me wild ergerde aan alle pogingen mij en andere rokers tot hedendaagse paria’s te maken. Dat leidde er alleen maar toe dat ik de kont tegen de krib gooide en stug bleef doorroken.

Ik heb me ook altijd zeer wel gerealiseerd dat roken slecht voor mijn gezondheid was. Maar dat was een zaak voor later. Dacht ik. Op een gegeven moment moest ik constateren dat ik een wandeling naar Albert Heijn niet zonder ten minste één maal stoppen kon voltooien. Zowel mijn benen als mijn longen protesteerden. Tijdens een tripje naar Sevilla met vrienden was ik in feite een blok aan hun been. In overleg met mijn huisarts besloot ik een poging tot stoppen te wagen. Het zou immers een beetje vreemd zijn te proberen mijn gezondheidsklachten te minimaliseren, maar niets aan de oorzaak te doen. De huisartsen schreef mij pillen voor die ik twaalf weken moest gebruiken en die de ergste neveneffecten van het stoppen met roken wegnamen. De longarts schreef mij een inhalator voor, die ik sindsdien twee maal per dag gebruik, De vaatchirurg dotterde de slagaders in mijn benen.

Helaas kon ik niet meteen uitgebreid profiteren van mijn gedotterde benen, want ik werd kort daarna twee keer in het ziekenhuis opgenomen. De eerste keer was gepland, i.v.m. een prostaatoperatie. De tweede keer kwam zeer onverwacht en hield verband met een tia en, naar later bleek, een bloeding aan mijn dunne darm, waardoor mijn Hb-waarde veel te laag was (drie komma nog wat i.p.v. de gebruikelijke 8,5). Ik moet nog één keer voor controle naar de uroloog en de internist.

Bij het lopen heb ik geen pijn in mijn benen meer. Ik heb nu, voordat ik honderd meter gelopen heb, pijn in mijn rug en heupen. Dat kan te maken hebben met een flinke smak die ik vrij recent met mijn fiets gemaakt heb. Ik laat me nu masseren door een fysiotherapeut.

Het stoppen met roken heeft dus nog niet gebracht waar ik op hoopte. De pakweg 1000 euro die ik het afgelopen jaar niet aan roken heb besteed, heb ik niet overgehouden. Die heb ik aan andere dingen besteed: een iPad, een nieuwe laptop, boeken, om een paar dingen te noemen. Ik droom nog wel eens dat ik rook. Er zijn nog wel eens situaties, waarin ik vroeger direct een sigaret opstak, bijvoorbeeld als ik tien minuten op de pont over het IJ moet wachten. Ik weet me te beheersen.

Evert

Herfstreces.

Alhoewel Billemans en ik volgende week nog gewoon naar school en werk moeten, neem ik wel alvast vrij hier.

Ik ben helaas snel overprikkeld. Zaken worden me regelmatig te veel, dan raak ik geïrriteerd en ga ik mezelf in de weg zitten en ben ik geen pretje voor de mensen om me heen.

Volgende week is zo’n week waarvan ik nú al weet, dat ie too much is.

Ten eerste is Vlam weer een weekje naar Limburg en zal ik alles zelf moeten doen. Koken, tafel dekken, afruimen, afwassen, koffie zetten en wat dies meer zij. Ik houd van koken, maar na een lange werkdag is het niet dat waar ik het meeste zin in heb. Ik doe het wel, elke doordeweekse dag. Maar iets van assistentie met alles dat er omheen hoort, wordt altijd wel enorm gewaardeerd.

Ten tweede heb ik buiten de gewone 30 uur die ik volgende week werk, nog een extra griepprikavond, een grieppikmiddag én heb ik nog een avond een soort van nascholing. Op donderdagavond staat de teller op zo’n 42 werkuren denk ik. Misschien vind u dat niet veel. Ik wel. Zeker met alles wat er nog bij komt, zoals huishouden, overhoren van Jill’s huiswerk , alle was wegwerken en verdere huisvrouw- schuine streep moedertaken.

Misschien klinkt dit alles wat zeikerig en alsof ik weinig draagkracht heb, niets is minder waar. Ik ken mezelf gewoon na bijna 40 jaar en merk dat ik nu al iets opzie tegen de aankomende week. Want er is te weinig me-time. Alles is volgeplempt met mensen, dingen en verplichtingen. De autist in mij wil en moet af en toe even alleen zijn. Anders houd ik het niet vol.

Vlam vindt het altijd “stom” van me. Me nu al druk maken over iets dat nog moet gebeuren. Nu al op zien tegen zo’n nascholing bijvoorbeeld. Voor je het weet, is ie weer voorbij en 9 van de 10 keer valt het me -achteraf gezien- mee. Ik weet dat ie gelijk heeft, maar zo voelt het niet. Ik kan me met vlagen enorm pre-opwinden.

En dus neem ik een weekje blogpauze, scheelt weer in de uren. Misschien neem ik zelfs wel 2 weken vrij. Want aan het einde van de tunnel is er licht: de herfstvakantie! En ik weet nu al dat ik die ga vullen met he-le-maal niks. Misschien zelfs wel met weinig tijd online.

Ik beloof niks.

Tot snel in ieder geval!

Oak acorn

 

Luxe.

Ik houd wel van een beetje luxe. Niet teveel en niet te vaak, want ook dat went.

Als ik rijk zou zijn dan zou ik iemand in dienst willen nemen die elke dag ons bed zou verschonen. Ik heb daar al eens eerder over geschreven. Niks zo lekker als slapen onder een krakend vers dekbed. Ik vind het heerlijk om me na een lange werkdag onder een iets stug, naar alpenweide/tropische bloemen/whatever ruikend dekbed te laten glijden.

Vlam en ik sliepen sinds begin dit jaar onder een zeer fijn overtrek van linnen. Gedurende de zomer werd het dekbed eruit gehaald en sliepen we alleen onder het overtrek zelf, linnen is zalig koel namelijk.

Slechts 1 set was prima, want als ik die enorme lap aan de waslijn hing, wapperde hij binnen een uurtje droog. Ik moest dat ding ook wel snel weer binnenhalen, want mijn onderbuurman vindt het niet gezellig om te lang tegen onze spullen aan te kijken. Terecht. Toen ik boven hem kwam wonen, was dat 1 van de eerste dingen die hij tegen me zei: wil je alsjeblieft niet zoals de vorige bewoners 5 dagen lang je was laten hangen? Volgzaam als ik ben, houd ik daar rekening mee. Geen langwapperende was (en geen hakken in huis.) Check.

Nu het wintertijdperk echter weer aanbreekt, leek me een 2e set geen overbodige luxe. Er zijn zaken die ik namelijk liever niet in de droger doe. Vanwege de torenhoge elektriciteitskosten en omdat je sommige materialen nou eenmaal niet aan dat droogapparaat moet toevertrouwen. (Zoals het nieuwe shirt van Vlam, sorry liefje…)

Anyway: ik bestelde er eentje via deze website.

Een hele mooie luxe spierwitte hoes van katoensatijn. Prachtig. Vlam heeft een verleden in de textiel, zijn vader heeft jarenlang huishoudlinnen geïmporteerd en hij hecht veel waarde aan kwaliteit. Ik ben gewoon een zeikerd. Dingen moeten lekker aanvoelen, mijn tastzin is erg belangrijk. Ik heb al menig truitje na 1 keer gedragen te hebben, weggedaan, omdat het niet lekker aanvoelde. Dus de keuze was snel gemaakt. Hij moest kwalitatief hoogstaand zijn.

Terug naar de set.

Zalig is ie.

Een genot om aan te raken, een heerlijk zachte fijn geweven stof. Op het bed staat ie ook erg luxe. Hij is licht glanzend met een mooi stiksel aan de bovenkant. Klinkt misschien mutsig en overdreven: maar we hebben al meerdere malen tegen elkaar gezegd dat die nieuwe aankoop een goeie was, het slaapt namelijk echt heel erg lekker. Het voelt heel luxe en aangenaam.

Nu nog maar even door sparen voor een nieuw dekbed en/of kussen en/of sprei. En als we de staats winnen, misschien zelfs wel een heel nieuw matras?

Niks zo lekker als een vers bed.

In een vers huis.

Uiteraard.

Hokjes.

Ik vind het prima en goed enzo dat er tegenwoordig voor kinderen allemaal extra aandacht is en programma’s zijn en dat leerkrachten alert zijn op verschillende aandoeningen en ziektes en sociaal-emotionele problemen.

Maar zoals met alles, zijn we daar iets in aan het doordraven.

Je moet anno 2013 echt je best doen een kind te vinden zonder “etiket”.

Op die van mij willen ze al vanaf dat ze geboren is, er eentje plakken. En ik ben dat -zeker op dit moment, na de laatste ervaring- schijt- maar dan ook schijtzat.

Ik ben vanaf dat ik 6 weken zwanger was, al alleen met Jill geweest. De bioloog wilde haar niet, ik wel. Klaar was dat. Ik beviel alleen, en dat was ook prima. Tot ik de eerste keer naar het consultatiebureau ging en men mij ging zien als een “zielig geval” dat extra aandacht nodig had. Want alleen een kind opvoeden, dat kon nooit goed zijn.

Achteraf gezien was het pittig, maar heej; je doet wat je moet doen en Jill en ik hebben het maar mooi gedaan, zo samen. En goed ook, als je het mij vraagt. Jill is een lief kind, attent, verzorgend, rustig, zachtaardig, bijdehand, ad rem, slim. En sinds Vlam erbij is gekomen en ze hem bijna een jaar geleden uit eigen beweging officieel als vader heeft erkent, is ze nog meer gegroeid.

Dan komt daar ineens, -poef-, uit het niets een nieuwe mentor. Eentje die nadat ze mijn dochter in 3 lesjes had meegemaakt en haar voor het eerst alleen spreekt, gaat vragen naar haar biologische vader. Of ze hem ooit gezien heeft? Of ze hem wil ontmoeten? Want er zijn mensen die hun echte ouders ooit wel willen zien. Nee, jij niet? Ok. Echt niet? Ben je niet nieuwsgierig?

Toen Jill thuis kwam met bovenstaand verhaal, schoten de vlammen uit me. Woest was ik. Waar haalde deze wannabe psychologe het gore lef vandaan om dit soort precaire dingen met mijn kind te bespreken?

Er volgde een pittige mail (nadat ik eerst 24 uur was afgekoeld en de ergste scherpte eraf was) naar haar. Zondagavond kreeg ik antwoord terug. Mevrouw was niet gediend van deze mailwisseling, nodigde me uit voor een gesprek incluis een directielid. De mail was niet ondertekend met iets van groeten, alleen met haar naam. Mevrouw was beledigd.

Prima.

Ik ben pissig. En goed ook.

Jill is namelijk niet zielig, Jill heeft geen begeleiding nodig, ze is op geen enkel gebied uit balans. Ze zit lekker in haar vel en doet het op alle punten meer dan goed. Ze woont bij ons, ik denk zo ongeveer het meest stabiele gezin uit de straat. Vlam houdt van haar, ik houd van haar. We stimuleren haar te pletter, ze is enorm open naar ons toe, alles is bespreekbaar. Ook de bioloog, mocht dat eens zo uitkomen.

En wij zijn echt de enige die het recht hebben, dat soort gesprekken met haar te voeren.

Niet zo’n doos die na een cursusje pedagogiek én zonder op de hoogte te zijn van onze gezinssituatie, noch mijn kind kent, even ongegeneerd gaat zitten graven in haar hoofd.

Trut.